Borstvoeding niet altijd superieur boven flesvoeding

2
856

Moedermelk is in het beginnend leven met stip de beste bron van energie met de meest optimale bouwstenen. Maar niet altijd. Obesitas, roken en alcohol- en drugsgebruik zijn voorbeelden van leefstijlen waarin het kwalitatieve aspect van moedermelk onder druk komt te staan. Een oproep tot verdieping.

Het vroege leven wordt gekenmerkt door groei en ontwikkeling. Voeding is de grootste omgevingsfactor tijdens de eerste maanden van het leven en dient als een essentiële bron van energie en bouwstenen voor goede groei en ontwikkeling. Het geven van borstvoeding is, terecht, een breed gedragen advies van gezondheidsorganisaties wereldwijd. Los daarvan is goede voeding cruciaal voor de ontwikkeling.

Voordelen spreken voor zich

Unieke voordelen van borstvoeding zijn onder meer een betere hechting door het huid-op-huid contact en een betere zelfregulering van de melkinname. Van belang zijn ook de opname van antilichamen en andere immuun factoren die beschermen tegen ziekten en zorgen voor voedselveiligheid en hygiëne. En het is nota bene ook nog goedkoper. Bovendien scoren kinderen die borstvoeding hebben gehad later niet alleen hoger op IQ-tests, maar hebben ze ook minder kans op het ontwikkelen van overgewicht, obesitas, en/of diabetes. Borstvoeding draagt namelijk bij aan een gezonde metabole programmering tijdens de eerste 1000 dagen van het leven. Nog een bijkomend voordeel: voedende moeders hebben een verlaagd risico op borst- en eierstokkanker.

Borstvoeding wel of niet afraden?

Toch moeten we de waarde van kunstvoeding in de vorm van poedermelk, ‘infant milk formula’, niet onderschatten. Er zijn genoeg situaties waarin het zeer belangrijk is dat deze voeding bestaat, bijvoorbeeld als borstvoeding niet direct beschikbaar is of zelfs af te raden. Het advies is doorgaans om borstvoeding te blijven geven, zelfs bij een niet-optimale leefstijl van de moeder. De voordelen wegen zwaarder dan de nadelen, maar niet altijd.

Roken is een voorbeeld in deze discussie. Dit is simpelweg gekoppeld aan welbekende nadelige gezondheidseffecten. Voorop staat de moeder sterk aan te moedigen om te stoppen met roken. Lukt dit niet, dan krijgt het kind nicotine binnen. Dit kan verstorend werken op de (hersen)ontwikkeling.

Ook overgewicht kan effect hebben op de metabole status, de stofwisseling, van de moeder op het pasgeboren kind. Lactatie wordt überhaupt bemoeilijkt door obesitas door een verlaagde prolactine respons. Daar komt bij dat een westers dieet, gekenmerkt door een hoge mate van vetten, suikers, en energie, de compositie van moedermelk nadelig kan beïnvloeden. 1 Een dergelijk dieet kenmerkt zich ook door een hoge Omega-6/Omega-3 vetzuur ratio. Deze ratio willen we graag laag houden, aangezien een lager ratio vroege groei en vetafzetting op een positieve manier beïnvloedt.2 Verder is bekend dat dit dieet tijdens de zuigelingenfase vetmetabolisme kan beïnvloeden op de lange termijn, evenals de gevoeligheid.3 Andere mogelijke nadelen zijn onder meer een grotere kans op wijziging van het microbioom, en verhoging van de bloedlipide niveaus evenals effecten op hersenniveau. 4, 5 In proefdieren zorgt perinatale blootstelling aan een westers dieet via de melk voor gedragseffecten op gebied van angst, leren en geheugen en beloningsgedrag.6

Verdieping

Is kunstvoeding dan niet een goed alternatief? Het bevat simpelweg, net als borstvoeding, alles wat het kindje nodig heeft om te groeien. Het is geen slechte voeding, maar suboptimaal vergeleken met moedermelk.

De stelling ‘Borstvoeding blijft superieur over flesvoeding, mits de moeder een gezonde leefstijl aanhoudt’ daagt de status quo uit. Er wordt hier geen pleidooi gedaan voor poedermelk, maar wel een oproep tot verdieping voor beide kanten van het verhaal. Als we alleen de samenstelling van moedermelk onder de loep nemen, dus los van andere positieve neveneffecten, dan is er degelijk bewijs om de stelling in overweging te nemen in toekomstig onderzoek.

Lees voor meer informatie het promotieonderzoek: The driving forces of metabolic programming: A fundamental study in mice

Auteur: Steffen van Heijningen, PhD
Reeds gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen
steffen@sc-curacao.com

Zie ook:

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

2 REACTIES

  1. Dit is niet bepaald een onderzoek naar borstvoeding, maar een onderzoek betaald door een fabrikant van kunstvoeding die graag “bewijs” wil leveren dat hun product gelijkwaardig is. En deze titel zorg er helaas voor dat veel ouders die (soms) hard moeten ploeteren om borstvoeding aan hun kindje te geven zich oprecht (maar niet terecht) afvragen waar ze het allemaal voor doen. Waardoor ze gaan twijfelen aan de kwaliteit van hun melk. Want misschien hebben ze wel niet zo gezond gegeten of misschien wonen ze in een minder gezonde omgeving. . Ik kom ze dagelijks tegen. En het gekke is… aan de oppervlakte LIJKT het of dit soort artikelen bedoeld zijn om dat schuldgevoel juist minder te maken, als de borstvoeding toch niet zou lukken. Maar het tegenovergestelde is waar. Jammer dat Vakblad Vroeg dit soort onderzoeken dan zo publiceert. Voor onafhankelijk onderzoek naar borstvoeding
    (niet gesponsord door fabrikanten van kunstvoeding) is helaas erg weinig geld. En borstvoeding is méér dan een mengsel van voedingsstoffen. Veel meer. Het zou fijn zijn als er meer ruimte is voor écht neutraal onderzoek over borstvoeding. Want van goede informatie krijgt niemand een schuldgevoel aangepraat.

    • Bedankt voor je zeer terechte en scherpe opmerking! We moeten absoluut ouders ondersteunen bij het geven van borstvoeding, ik heb het zelf ook meegemaakt bij onze twee kinderen, het is echt hard werken. Mijn stuk is vanuit de wetenschap geschreven, en is bedoeld om goed na te denken over de kwaliteit van de voeding die we tot ons nemen. De huidige metabole epidemie (obesitas en alles in het verlengde daarvan) lijkt voor een groot deel geprogrammeerd te zijn vanaf een jonge leeftijd. Dat is waar mijn onderzoek de nadruk op heeft gelegd; op de metabole programmering in de eerste 1000 dagen van het leven. Hierbij heb ik kwaliteit en kwantiteit uit elkaar proberen te trekken, om te kijken naar de individuele bijdrage van deze aspecten. Daar komt ook dit huidige stuk uit voort. Als je puur naar het kwalitatieve aspect van de borstvoeding kijkt, los van andere neveneffecten, dan is er wel degelijk bewijs dat deze onder druk komt te staan door de levensstijl van de moeder. Wat betreft kwantiteit zien we bijvoorbeeld dat flesvoeding juist leidt tot overvoeding (door een gebrek van natuurlijk feedback) en daarbij een ongunstige programmering. Dat mijn onderzoek is gesponsord door een fabrikant klopt, dat heeft mij de mogelijkheid gegeven om dit onderwerp uit te diepen. Een win-win in mijn ogen omdat het bijdraagt aan een verbreding van onze kennis over dit onderwerp. En inderdaad, borstvoeding is veel meer dan een mengsel van voedingsstoffen, zo ook één van mijn stellingen die ik heb verdedigd: ‘If we are to exactly mimic the quality of the ingredients of breast milk, it still is not the same as breastfeeding’. Mijn visie in dit stuk is puur vanuit een wetenschappelijke bril, dat kan soms wringen met het gevoel rondom dit onderwerp. Ik sta open voor andere vragen en/of opmerkingen!

      Steffen van Heijningen Phd

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here