Zorgplicht gaat bij kindermishandeling voor beroepsgeheim

2
252

Huisartsen en kinderartsen hebben een cruciale positie bij het signaleren van kindermishandeling. Weliswaar hebben zij een zwijgplicht, maar zij hebben tevens de verantwoordelijkheid om goede zorg te verlenen. Zwijgen én spreken maken dan ook beide onderdeel uit van de zorgplicht van de arts.

Dat concludeert Mirjam Sombroek-van Doorm in haar promotieonderzoek aan de Universiteit Leiden naar de houdbaar het beroepsgeheim van de arts. Haar onderzoek voorziet in de juridische inbedding van de spreek- en zwijgplicht van de arts en bevat een stappenplan voor het geval een arts wordt bevraagd vanuit de jeugdzorg.

Mirjam Sombroek-van Doorm: “Leg nadruk op goede zorg, niet op zwijgen”

Beroepsgeheim

Kindermishandeling staat volop in de maatschappelijke en politieke belangstelling, zegt Sombroek-van Doorm. “Bij het voorkomen en bestrijden van kindermishandeling zijn artsen heel belangrijk. Zo weet de huisarts vaak van de huiselijke ruzies, van de vader die te veel drinkt en agressief kan worden tegen zijn kinderen, van de moeder die haar kind verwaarloost.”

Maar artsen hebben een beroepsgeheim. Dat waarborgt de privacy van patiënten en dient daarnaast het belang van een samenleving waarin burgers recht hebben op een vrije toegang tot de medische zorg zonder vrees dat hun medische gegevens ooit op straat komen te liggen. Juist daarom ligt het medisch beroepsgeheim stevig verankerd in de wet.

“Zwijgen of spreken, daarover gaan het dus in mijn proefschrift. Het blijkt niet alleen voor de arts, maar ook voor de Tweede Kamer en voor de wetgever een lastig onderwerp. De toenemende wens van de politiek om het accent meer op ‘spreken’ te leggen, botst al gauw met de wettelijke plicht van de arts zijn mond te houden. Vandaar dat ik heb onderzocht hoe we die uiteenlopende belangen die zwijgen en spreken dienen, met elkaar zouden kunnen verzoenen en ook juridisch zouden kunnen vormgeven.”

Drie situaties

In haar onderzoek onderscheidt Sombroek-van Doorm drie situaties. “De eerste is die waarin de arts zelf signalen heeft van kindermishandeling. Hij moet die signalen dan onderzoeken en waar nodig hiervan een melding doen aan Veilig Thuis. Daarvoor bestaat al een stappenplan.” Het probleem zit hem volgens de onderzoeker dan ook in de twee andere scenario’s: als de arts aan een andere instantie dan Veilig Thuis een vermoeden wil melden, bijvoorbeeld aan de Raad voor de Kinderbescherming omdat er met een spoedeisende maatregel moet worden ingegrepen; en wanneer bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming of Veilig Thuis bij de arts navraag doet naar aanleiding van een door hen ingesteld onderzoek. “In die situaties is het helemaal niet duidelijk waaraan de arts zijn afweging om al dan niet informatie te verstrekken, moet toetsen. En dus is het ook niet duidelijk of hij moet zwijgen of spreken. Dat is geen goede zaak.”

Beroepsgeheim onderdeel van zorgplicht

Sombroek-van Doorm concludeert dat de zorgplicht als oplossing kan worden gezien voor de knelpunten rondom het medisch beroepsgeheim. “We moeten het beroepsgeheim zien als een onderdeel van de plicht tot goede zorgverlening. De arts moet in het geval van kindermishandeling een aantal stappen doorlopen en als het vermoeden wordt ontkracht, blijft hij zwijgen. Anders móet hij spreken. Zwijgen en spreken vormen dus een onderdeel van de zorgplicht van de arts.”

Daarnaast stelt de onderzoeker vast dat ‘spreken’ in het geval van kindermishandeling niet langer wordt gezien als een uitzondering om de gij-zult-als-arts-zwijgen-regel. “Een uitzonderingsgrond voor het doorbreken van het medisch beroepsgeheim, het zogeheten ‘conflict van plichten’, geldt niet langer in de context van kindermishandeling. Die uitzonderingsgrond gaat namelijk vrij exclusief uit van de gedachte dat de arts ‘zwijgt-tenzij’, en dat sluit niet goed aan bij de keuze die de politiek heeft gemaakt als het gaat om het voorkomen en bestrijden van kindermishandeling.”

Stappenplan biedt houvast

Sombroek-van Doorm stelde een stappenplan op voor gevallen waarin een arts wordt gevraagd gegevens te verstrekken bij een onderzoek naar kindermishandeling. “Zo’n stappenplan is er al als de arts zelf een melding wil doen en dat blijkt ook in de praktijk voldoende houvast te bieden. Het is verstandig om duidelijkheid te geven over de situatie waarin de arts niet alleen aan Veilig Thuis, maar ook bijvoorbeeld aan de Raad voor de Kinderbescherming  informatie moet verstrekken. Ook die situatie heb ik geïntegreerd in het stappenplan.”

‘Kindermishandeling wordt niet bestreden door het accent op zwijgen te leggen, maar veeleer door goede zorg te verlenen aan kind en gezin’

Met haar onderzoek wil de onderzoeker zowel artsen als de rechtspraak van dienst zijn. “Er is een duidelijke behoefte aan meer duidelijkheid over hoe om te gaan met het medisch beroepsgeheim in situaties van kindermishandeling. Ik hoop dan ook dat die conclusies en aanbevelingen worden overgenomen in de beroepscode voor artsen, de KNMG-meldcode. Kindermishandeling wordt immers niet bestreden door het accent op zwijgen te leggen, maar veeleer door goede zorg te verlenen aan kind en gezin.”

Promotor prof. mr.  A.G. Castermans over het onderzoek van Mirjam Sombroek-van Doorm:
“Sinds 1 januari 2019 moeten artsen werken met een nieuw afwegingskader voor het melden van kindermishandeling of vermoedens daarvan. Dat kader laat nogal wat situaties ongeregeld. Vergelijkbare lacunes waren er ook al vóór 1 januari 2019, zo laat Mirjam Sombroek-van Doorm zien in een analyse van – vooral – de tuchtrechtspraak. Haar onderzoek voorziet niet alleen in de juridische inbedding van de spreek- en zwijgplicht van de arts. Het bevat ook een stappenplan voor het geval een arts wordt bevraagd vanuit de jeugdzorg. Het mondt uit in een toetsingsmodel voor de arts om af te wegen of spreken of zwijgen over kindermishandeling geboden is. Het boek van Sombroek-van Doorm komt dan ook op een uitgelezen moment.”

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

2 REACTIES

  1. Goedemiddag, waar kan het stappenplan van mw. Sombroek-van Doorm worden ingelezen? Ben zeer benieuwd naar de ‘geïntegreerde’ versie van het Stappenplan (meldcode starten n.a.v. eigen signalen én hoe te handelen -aan de hand van een stappenplan- n.a.v. het bevraagd worden door andere instanties zoals bijv. de Raad of Veilig Thuis).
    Vriendelijke groet, Marjan

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here