Voorkom onderpresteren en probleemgedrag bij ontwikkelingsvoorsprong

0
617

Vroege signalering van een ontwikkelingsvoorsprong verdient meer aandacht. Onderpresteren, probleemgedrag en een laag zelfbeeld kunnen hiermee worden voorkomen. Zet daarbij in op een combinatie van observaties door de leerkracht, raadpleging van ouders en toetsen, luidt het advies van Kennismakelaar(s) Kennisrotonde in een rapport.

Er is geen duidelijke definitie van ontwikkelingsvoorsprong. Wel zijn er lijsten met kenmerken, waarbij de wetenschappelijke onderbouwing nogal eens ontbreekt. Enkele van die kenmerken zijn goede taalontwikkeling, bijzonder gevoel voor humor, brede algemene kennis en een goed geheugen. Andere voorbeelden zijn een groot analytisch vermogen, voorlopen op sociaal gebied, snel van begrip, uitzonderlijke prestaties, groot probleemoplossend vermogen, nieuwsgierig zijn en grote concentratie.

Voorkom onderpresteren

Het is belangrijk om een ontwikkelingsvoorsprong op jonge leeftijd te signaleren. De school kan voor die leerlingen dan een passend onderwijsaanbod verzorgen en zo onderpresteren, probleemgedrag en een laag zelfbeeld voorkomen.

Als leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong niet worden uitgedaagd, bestaat het risico dat ze gaan onderpresteren. Ze gaan zich aanpassen aan het lagere niveau van klasgenootjes. Dit aanpassen kan al na ongeveer vijf weken gebeuren. Onvoldoende uitdaging kan ook leiden tot probleemgedrag. Leerlingen vertonen dan bijvoorbeeld clownsgedrag, onttrekken zich aan kringactiviteiten of willen de baas spelen. Thuis kunnen psychosomatische klachten ontstaan, zoals hoofdpijn, buikpijn en bedplassen.

Ook voor het welbevinden van leerlingen is het belangrijk om vroeg te signaleren. Dit effect is nog merkbaar op de langere termijn, wanneer we inmiddels spreken van hoogbegaafdheid. Leerlingen bij wie hoogbegaafdheid niet vroegtijdig wordt herkend (in groep 3 of 4), hebben een lager zelfbeeld dan niet-hoogbegaafde leerlingen.

Manieren om te signaleren

Kennis over hoe een ontwikkelingsvoorsprong te signaleren, is beperkt. Er zijn wel aanwijzingen voor betrouwbare methoden. Een combinatie van verschillende informatiebronnen levert waarschijnlijk de beste resultaten op. Het gaat dan om observaties door leerkrachten, gesprekken met ouders en toetsen. Een combinatie laat een grotere samenhang zien met leerlingprestaties dan een enkele signalering.

  1. Observatie door leerkrachten
    Leerlingvolgsystemen voor de onderbouw bevatten observatielijsten aan de hand waarvan de leerkracht vaststelt hoe leerlingen zich ontwikkelen. Hiermee kan de leerkracht een ontwikkelingsvoorsprong vaststellen. Een beperking van deze leerlingvolgsystemen is dat de normering tamelijk globaal is. Over de betrouwbaarheid en voorspellende waarde van specifieke instrumenten voor het signaleren van een ontwikkelingsvoorsprong valt weinig te zeggen; daar is geen onderzoek naar uitgevoerd.
  2. Gesprekken met ouders
    Ouders zijn een belangrijke informatiebron voor signalering van een ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Dit geldt vooral wanneer leerlingen voor het eerst naar school gaan. Het is voor de leerkracht aan te bevelen om ouders in een intakegesprek te vragen naar bijzonderheden in de ontwikkeling van hun kind. SLO heeft hiervoor een intakevragenlijst ontwikkeld.
  3. Toetsen
    Het is verstandig om tevens een objectieve maat te hanteren om het ontwikkelingsniveau van leerlingen vast te stellen. Voor het meten van (hoog)begaafdheid wordt veelal een IQ-test afgenomen. Dergelijke testen zijn echter minder betrouwbaar voor kleuters. Dat is een van de redenen om op jonge leeftijd liever te spreken van ontwikkelingsvoorsprong dan van hoogbegaafdheid. De voorspellende waarde is namelijk beperkt door de sprongsgewijze ontwikkeling van kleuters.

Daarnaast zijn er schoolvorderingstoetsen, die het prestatieniveau van leerlingen meten. De meeste schoolvorderingstoetsen zijn afgestemd op de ‘gemiddelde’ leerling. Het is daarom belangrijk om bij deze toetsen de denkwijze van leerlingen te controleren en te letten op de vraagstelling. Vooral als een kind met een ontwikkelingsvoorsprong een antwoord ‘te simpel’ vindt, kan het te ver doordenken en op een creatief, maar onjuist antwoord uitkomen.

Meer weten?

Lees verder op de website van Kennisrotonde >>

Bron: kennisrotonde.nl

Zie ook:

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here