Minder zwangerschappen bij 35-jarigen die te vroeg zijn geboren

0
291

De ontwikkeling van alle 1.338 kinderen die in Nederland in 1983 te vroeg zijn geboren wordt gevolgd. Zij vormen het zogenaamde POPS cohort. Inmiddels blijkt dat zij minder vaak kinderen hebben dan leeftijdgenoten. Ook blijkt dat hun kinderen niet vaker te vroeg of met een laag geboortegewicht worden geboren. Het onderzoek heeft inmiddels een schat aan informatie opgeleverd. Kinderarts-epidemioloog Pauline Verloove: “Niet alleen deze groep, maar ook de kinderen die nú te vroeg geboren worden, hebben daar veel baat bij.”

Recent zijn de eerste onderzoeksresultaten over zwangerschappen van deze groep tot hun 35e verjaardag verschenen. Hieruit blijkt dat de deelnemers van het POPS cohort minder vaak kinderen hebben dan andere 35-jarigen in Nederland. Van de vrouwen in het cohort heeft bijvoorbeeld 56% meer dan 1 kind terwijl dit 74% is bij leeftijdsgenoten (voor mannen 40% in vergelijking met 56%). De vrouwen in het POPS-cohort hebben vaker zwangerschapsproblemen, zoals zwangerschapshypertensie, tijdens hun eerste zwangerschap.  Deze onderzoeksresultaten tonen aan dat het van belang is om de gezondheid, en met name de bloeddruk, van vrouwen die te vroeg of met een laag geboortegewicht geboren zijn, goed te monitoren voor en tijdens hun eerste zwangerschap.

De eerste kinderen van de vrouwen in het POPS cohort zijn overigens niet vaker te vroeg of met een laag geboortegewicht geboren.

Flinke groep met vrij grote problemen

Het Nederlandse POPS cohort van alle kinderen die in 1983 zeer te vroeg (minder dan 32 weken zwangerschapsduur) of met een zeer laag geboortegewicht (onder 1500 gram) geboren zijn, heeft over de jaren heen veel informatie opgeleverd over de korte en lange termijn gevolgen voor deze kinderen. Op 19-jarige leeftijd is dit cohort voor het laatst uitgebreid lichamelijk onderzocht en deze resultaten staan beschreven in het POPS-19 magazine.

Grote problemen – zoals spasticiteit of blindheid – zijn blijvend. Maar wat gebeurt er met de kleinere problemen, zoals een wat houterige motoriek? Om dat te weten te komen zijn vrijwel alle kinderen op vijfjarige leeftijd door kinderartsen bezocht en onderzocht. Een enorme klus, maar het leverde een berg waardevolle informatie op. Pauline Verloove, zelf oorspronkelijk neonatoloog: “Het percentage kinderen met ernstige problemen bleef hetzelfde, maar er bleek daarnaast een behoorlijke groep kinderen te zijn met vrij grote fysieke of ontwikkelingsproblemen: ongeveer één op de zeven kinderen. Daarnaast had veertig procent wel ‘iets’, variërend van een chronische verkoudheid tot onhandigheid. Een deel had moeite op school.”

Complicaties op school

Bij onderzoek op de leeftijd van negen jaar bleek, dat veel kinderen niet goed mee konden komen op de school: ze moesten naar het speciaal onderwijs. Een ander deel bleef wel op de gewone basisschool, maar had er moeite mee. Uiteraard was er ook een deel dat geen problemen had op school.

Op de leeftijd van veertien jaar werd weer een onderzoek gedaan naar ‘de groep van 1983’. De gegevens werden vergeleken met die van te vroeg geborenen in de Verenigde Staten, Canada, Duitsland en Jamaica. Er werd gekeken naar het gedrag. En wat bleek? In alle landen kampten te vroeg geboren kinderen met dezelfde problemen. Wat vooral opviel was dat ze concentratieproblemen hadden, en wat meer moeite met sociaal gedrag. Ze maakten bijvoorbeeld minder makkelijk vriendjes. Ook keken de onderzoekers naar de gezondheid en het welbevinden van de kinderen. Verloove: “inmiddels zat een kwart van de kinderen op het speciaal onderwijs. En, hoewel negen van de tien kinderen geen ernstige problemen had, had meer dan de helft wel een mild tot vrij groot probleem.”

Europese cohorten

Sinds een aantal jaren heeft het POPS-cohort de krachten gebundeld met andere Europese cohorten binnen het EU-project RECAP-preterm. Deze samenwerking beoogt de wetenschappelijke kennis over, het zorgbeleid voor en uiteindelijk de gezondheid van kinderen en volwassenen die te vroeg of met een laag geboortegewicht geboren zijn te verbeteren. Het RECAP-preterm project wordt gefinancierd door het Horizon 2020 onderzoeks- en innovatieprogramma van de Europese Unie.

Webinar over monitoring vroeggeboorte

TNO zal op 1 december een webinar organiseren over ‘Wireless Worryless – continuous preterm care monitoring’, een nieuwe publiek-private samenwerking om het monitoren van baby’s in de couveuse minder belastend en meer voorspellend te maken. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Marcel van Zandvoort.

Reproductierisico’s bij 35-jarige volwassenen die zeer te vroeg geboren zijn en / of met een zeer laag geboortegewicht: een observationeel onderzoek >>

Bron: tno.nl

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here