Psychische problemen bij peuters en kleuters hardnekkig

0
844
peuter op rails

Peuters en kleuters kunnen, net als oudere kinderen, sociale, emotionele en gedragsproblemen hebben die hen belemmeren in hun functioneren. Behandeling kan de psychische problemen verminderen, maar ze verdwijnen hierdoor niet.

Onderzoek naar de relatie tussen psychische problematiek, temperament en verstoord gehechtheidsgedrag kan helpen om diagnostiek en behandeling beter af te stemmen op de specifieke problematiek van jonge kinderen en hun ouders binnen de context waarin zij leven. Het proefschrift van Frederike Scheper beoogt de kennis hierover te vergroten. In haar onderzoek, verricht aan VU University Medical Center, heeft Scheper ook gekeken naar het beloop van internaliserende en naar externaliserende gedragsproblemen bij jonge kinderen na behandeling.

Kwetsbare groep

In totaal zijn er 360 kinderen onderzocht bij de start van hun behandeling binnen MOC ‘t Kabouterhuis. De kinderen zijn gevolgd tot drie jaar na behandeling. “Dat het een kwetsbare groep betreft, bleek uit het feit dat er op dat moment nog bij 72% van de kinderen sprake was van psychiatrische problematiek”, aldus de promovendus. “Wel waren de emotionele problemen en gedragsproblemen verminderd gedurende de behandeling en was dit drie jaar later nog op hetzelfde niveau.”

Behandeling

De behandeling was afgestemd op de hulpvraag, rekening houdend met de mogelijkheden en beperkingen van de kinderen/gezinnen. Gezinsbegeleiders maakten samen met psychologen en orthopedagogen gebruik van gedragstherapeutische adviezen, oplossingsgericht werken, competentie vergrotend werken en video feedback. Kinderen kregen zo nodig logopedie, fysiotherapie, psychotherapie, medicatie en/ of één tot vier dagen per week groepsbehandeling gericht op het vergroten van ontwikkelingsvaardigheden.

Bevindingen

Uit het onderzoek blijkt dat zowel bij kinderen die in pleeggezinnen waren geplaatst als bij thuiswonende kinderen verstoord gehechtheidsgedrag voorkwam. Relatief veel kinderen lieten ontremd sociaal gedrag zien, waarbij ze te gemakkelijk met vreemden meegingen of zich aan relatieve buitenstaanders opdrongen, maar dit gedrag hing niet altijd samen met mishandeling of verwaarlozing.

Specifieke karaktereigenschappen van kinderen die te maken hebben met zelfcontrole en emotieregulatie hielden verband met ernstige emotionele- en gedragsproblemen tijdens behandeling, maar ook drie jaar later. Depressie bij ouders van jonge kinderen speelden eveneens een rol bij deze slechtere uitkomst drie jaar na behandeling.

Aanbevelingen

Scheper beveelt aan dat er in diagnostiek en behandeling van jonge kinderen met psychische problemen breed wordt gekeken. Dit dient te gebeuren met aandacht voor karaktereigenschappen bij kinderen en ontremd sociaal contact, naast problematische gehechtheid, (ontwikkelings)stoornissen bij kinderen en eventuele psychiatrische klachten bij ouders. Middels gesprekken, observaties, video-feedback en ouder-kindbehandeling kan gewerkt worden aan een verbetering van de afstemming tussen ouders/verzorgers en het jonge kind. Naast een stoornisgerichte benadering kan een transdiagnostische benadering helpen om diagnostiek en behandeling persoonlijk af te stemmen. Een interdisciplinaire werkwijze, waarbij er met meerdere disciplines wordt gewerkt aan integratieve beeldvorming en behandeling, is daarvoor van groot belang.

Proefschrift

Van het proefschrift, getiteld ‘Mental health in young children referred for treatment: temperament, disturbed attachment behavior, and course’is een samenvatting beschikbaar: klik hier. De volledige tekst van het proefschrift staat online: klik hier.

Bron: kabouterhuis.nl

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here