Onderzoeksproject helpt wiebelkinderen verder

0
3255
TOS

Elke basisschoolklas heeft wel een paar onrustige kinderen. Gelukkig zijn er steeds meer manieren om de onrust van deze ‘wiebelkinderen’ weg te nemen. Dr. Celeste Meijs onderzoekt hun werking en effect: “Prachtig als je met eenvoudige hulpmiddelen zo’n positief resultaat bereikt. Overprikkelde kinderen worden nog vaak onterecht gezien als ongeïnteresseerd.”

Onrustige gedrag van jonge kinderen komt geregeld voort uit concentratieproblemen, die weer het gevolg kunnen zijn van de manier waarop ze prikkels verwerken. Een deel van deze kinderen wiebelt of friemelt om zichzelf te dwingen bij de les te blijven. Deze situatie kan schoolprestaties nadelig beïnvloeden, ook die van de kinderen om hen heen. Om dat te tackelen, zijn er steeds meer hulpmiddelen in de klas: speciale zitkussens, tangles, fidget spinners en zelfs koptelefoons. Er is veel anekdotisch bewijs voor de effectieve werking, maar wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt nog grotendeels. In een interview met De Volkskrant vertelt dr. Celeste Meijs over het onderzoek. 

Waar richt het onderzoek van de Open Universiteit zich op?
“Het onderzoek bestaat uit twee delen. Samen met onze onderzoekspartners zijn we al enkele maanden bezig met een inventarisatie van wat er bekend is over het verband tussen de aansturende functies – de zogeheten executieve functies – en prikkelverwerking. Een van de basale executieve functies is ‘inhibitie’, oftewel de manier waarop een kind zijn reactie op prikkels kan onderdrukken. Of een kind dat goed kan en hoe hij dat doet heeft invloed op andere executieve functies, zoals kunnen plannen en organiseren, en het vermogen om bij de les te blijven. Over dat verband willen we zo veel mogelijk weten.”

Het tweede onderdeel is praktijkgericht. Waar kijken jullie naar?
“We hebben te maken met verschillende soorten onrustige kinderen. Kinderen met een hoge prikkeldrempel merken prikkels niet snel op en missen zo informatie. Een deel van hen gaat wiebelen in de klas om te proberen de focus bij de les te houden. Het tegenovergestelde zie je bij kinderen met een lage prikkeldrempel. Zij nemen heel veel prikkels waar en worden daardoor druk en geagiteerd. Een deel van die groep trekt zich terug, wat helaas nog vaak wordt uitgelegd als desinteresse. Wij zoeken voor al die kinderen uit aan welke hulpmiddelen ze het meeste hebben.” 

Hoe pakken jullie dat experiment concreet aan?
“Ergotherapeut Karin Hilkens is vanaf het begin nauw betrokken bij het onderzoek. Samen met andere onderzoekers van de Open Universiteit en leraren hebben we eerst uitgebreid gebrainstormd: welke hulpmiddelen nemen we mee in ons onderzoek, en hoe testen we de werking het beste? Uiteindelijk kozen we voor het wiebelkussen, de tangle – een therapeutisch speeltje – en de dempende koptelefoon. Daar wordt al veel mee gewerkt, en die lijken goede resultaten op te leveren. Daarbij zijn het praktische en betaalbare oplossingen voor de school, die geen negatieve impact hebben op de omgeving van het kind.”

Hoe onderzoeken jullie de werking van deze hulpmiddelen?
“We werken samen met basisscholen. De klassen die meedoen, maken een rekentestje en daarnaast een aandachttest. We nemen de testen af met en zonder hulpmiddelen en daardoor kunnen we conclusies trekken over de werking. We streven ernaar om 250 kinderen te laten deelnemen. De ouders vragen we ook een vragenlijst in te vullen. Zo krijgen we aanvullende informatie over hoe de kinderen buiten school met prikkels omgaan. Uit enkele pilotstudies blijkt dat bij iets meer dan 35 procent van de kinderen de prikkelverwerking afwijkt van het gemiddelde. Daar zitten ook kinderen bij die prikkels beter dan gemiddeld verwerken, maar het grootste deel heeft er problemen mee.”

Wat gaan jullie doen met de resultaten van het onderzoek?
“Die delen we met geïnteresseerde wetenschappers, maar vooral met de praktijk. We werken samen met instanties die deze kennis verder verspreiden naar leerkrachten, ergotherapeuten en andere hulpverleners, maar ook ouders. Verder ontwikkelen we een website waarop we alle informatie en onderzoeksresultaten plaatsen. Daarbij willen we een flowchart aanbieden die leraren helpt om voor ieder kind met prikkelverwerkingsproblemen de effectiefste oplossing te kiezen.”

Hoe betrekken jullie de studenten van de Open Universiteit bij het onderzoek?
“Veel van die studenten zijn zelf leraar. Het onderwerp maakt deel uit van de cursus ‘Atelier Brein, Leefstijl en Leren’ voor de master Onderwijswetenschappen van de Open Universiteit. Studenten kunnen voor hun scriptie ook onderzoek doen naar dit onderwerp. Een van onze studenten onderzocht bijvoorbeeld de relaties tussen kinderen met prikkelverwerkingsproblemen en hun medeleerlingen en leraren. En natuurlijk kunnen de studenten direct met de bevindingen aan de slag om hun eigen leerlingen te helpen. Het is tweerichtingsverkeer: alle betrokkenen worden hier beter van, en we helpen de wiebelkinderen echt verder.”

Bron: volkskrant.nl

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here