Robots helpen leergedrag baby te begrijpen

0
950
Leergedrag baby's

De Radboud Universiteit gebruikt robots om babyhersenen en -gedrag na te bootsen. Johan Kwisthout, coördinator van de master Artificial Intelligence, legt uit hoe dat in onderzoek naar het leergedrag van baby’s werkt.

In onderzoek naar leergedrag van baby’s werd voorheen vooral gefocust op het wanneer, betoogt Kwisthout. ‘Wanneer leren kinderen bijvoorbeeld de aandacht van een volwassene volgen of kansen inschatten? Voor de onderliggende mechanismen – het hoe en waarom – was minder aandacht. Dat is ook lastig, want bij puur babyonderzoek heb je met beperkingen te maken. Het is lastig om precies datgene te onderzoeken waarin je geïnteresseerd bent, al was het maar omdat je baby’s geen instructies kunt geven.’

Robot als model

Kwisthout is met name geïnteresseerd in de informatieverwerking in het brein van baby’s en hoe zij nieuwe informatie integreren met wat ze al weten. De opkomst van slimme, technologisch geavanceerdere robots biedt uitkomst voor het soort onderzoek dat hij doet. “In ons brein kun je niet zomaar dingen aan- en uitzetten of variabelen veranderen. Die mogelijkheden bieden robots wel. We kunnen ze programmeren met de parameters en mechanismen waarin we geïnteresseerd zijn. Vervolgens kijken we wat er gebeurt en hoe dat strookt met onze verwachtingen. De robot vormt de brug tussen onze theorieën over leren en wat we kunnen meten.”

Gesimuleerde groei

Een grote uitdaging in het babyonderzoek is dat robots, in tegenstelling tot baby’s, natuurlijk niet groeien of veranderen. Het is moeilijk te doorgronden welke invloed de ontwikkeling van de hersenen en het lichaam heeft op cognitieve aspecten. “Baby’s hebben in de eerste maanden van hun leven een veel minder onderscheidend zicht dan oudere kinderen, wat beperkingen én mogelijkheden biedt. Ze zien weliswaar weinig, maar kunnen daardoor gemakkelijker structuur in nieuwe informatie aanbrengen en op basis daarvan een beginnend model van hun wereld opbouwen.”

Hoe de informatieverwerking verandert naarmate het zicht beter wordt en welke consequenties dat heeft op het wereldbeeld van jonge kinderen, zijn vragen die Kwisthout bezighouden. “We onderzoeken daarom ook mogelijkheden om groei bij robots te simuleren. Dat kan bijvoorbeeld door fysieke kenmerken in te bouwen en gaandeweg onderdelen van de robot te vervangen.”

Toekomst van robots

Robots zijn ook anno 2017 onderwerp van gesprek. Zo is robotica het thema van bibliotheekcampagne Nederland Leest. Daarbij staat de vraag centraal hoe robots emoties en sociale vaardigheden kunnen ontwikkelen en waarom we dat zouden willen.

Belangrijk discussiepunt is de vraag hoe robots emoties en sociale vaardigheden kunnen ontwikkelen en waarom we dat zouden willen. Kwisthout: “Vooralsnog zijn mensen veel beter in staat om emoties en lichaamstaal te herkennen en te verwerken. Robots kunnen in beperkte mate gezichten herkennen, maar zijn nog onvoldoende in staat om daar iets mee te doen. Daar ligt een kans, want het is goed voor de onderlinge communicatie en de effectiviteit van robots als ze emoties kunnen herkennen en overbrengen.” Bovendien is bij het scheppen van vertrouwen een eerste indruk en gelaatsuitdrukking essentieel. “Er wordt dan ook volop geëxperimenteerd met manieren om robots dat mee te geven.”

Kwisthout wijst erop dat ethische keuzes van tevoren moeten worden vastgelegd. “Gezien de enorme consequenties moeten we daar goed over nadenken.” Daarnaast zijn robots in staat ons een spiegel voor te houden. “Hoe leren we dingen, hoe ontwikkelen we ons en welke invloed hebben bepaalde aspecten in ons brein op ons gedrag? Robots kunnen inzicht verschaffen in de mechanismen die ten grondslag liggen aan ons gedrag, en helpen met het antwoord op de vraag: hoe bijzonder zijn we eigenlijk?”

Bron: Radboud Universiteit

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here