Hartfilmpje van baby straks bij wijkverloskundige

0
45

In de toekomst hoeven zwangere vrouwen voor een hartfilmpje van hun baby niet meer naar het ziekenhuis. Dat kan de verloskundige dan voortaan in haar eigen praktijk doen. Zo krijgt de zwangere deze zorg dichtbij huis tegen lagere kosten.

De verloskundige voert bij iedere gezonde, zwangere vrouw alle controles en onderzoeken uit. Maar als de aanstaande moeder haar baby minder voelt bewegen, of de zwangerschap de 42 weken nadert, is het advies om in het ziekenhuis een hartfilmpje (CTG) te laten maken. Een andere reden hiervoor is wanneer het kindje in stuit ligt en de verloskundige probeert het kindje te draaien. Vanaf nu hoeven zwangere vrouwen hiervoor niet meer naar het ziekenhuis.

Kwaliteitsregister

Er komt binnen het kwaliteitsregister van de verloskundigen namelijk de mogelijkheid expertise in het uitvoeren en beoordelen van een antenataal CTG op te nemen. Daarnaast gaan geboortezorgpartners in de regio’s die deze zorg willen bieden samenwerkingsafspraken maken.

Een hartfilmpje kunnen afnemen in de wijk past goed binnen een bredere oproep van de Nederlandse overheid en de NZa: veilige en betaalbare zorg, dichtbij huis. De KNOV, de organisatie van verloskundigen, heeft zich ingezet om deze vorm van juiste zorg op de juiste plek toegankelijk te maken.

Experimenten positief

Aan het besluit is een experimentperiode van zes jaar in drie regio’s voorafgegaan. Resultaten uit Nijmegen, Zwolle en Amsterdam laten positieve resultaten zien: veel minder vrouwen hoeven verwezen te worden naar het ziekenhuis. Evaluatie van de pilots laat zien dat na 86 procent van de CTG’s geen verwijzing naar de tweedelijn noodzakelijk was. De verdere begeleiding van de zorg voor de zwangere vrouw vond plaats zoals deze gepland was.

Passende zorg

‘’Dit experiment is een excellent voorbeeld van de juiste zorg op de juiste plek”, aldus KNOV-directeur Charlotte de Schepper. “Een CTG bij de eigen eerstelijns verloskundige is kwalitatief goede zorg, dichtbij huis en veilig: ofwel, in de eerste lijn waar het kan.”

NZa-directeur Josefien Kursten voegt toe: “Dit is een goed voorbeeld van passende zorg. In de eerste lijn waar het kan en in de tweede lijn alleen waar dat moet. De NZa is blij dat we met dit experiment hebben kunnen bijdragen aan een structurele verschuiving van zorg. We gaan met partijen, waaronder de KNOV aan de slag om een declaratietitel op te stellen die verloskundigen kunnen gebruiken wanneer zij deze zorg leveren.”

Persbericht KNOV, 01-06-2021

Zie ook:

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here