Omdraaien baby in stuitligging voorkomt honderden keizersneden

0
420
Aanpak brozebottenziekte met stamceltherapie bij foetussen

Een baby omdraaien bij een stuitligging kan veel keizersneden voorkomen. Dit kan van buitenaf met behulp van medicatie. Zo kunnen jaarlijks circa zeshonderd keizersneden worden voorkomen.

Dat blijkt uit promotieonderzoek van gynaecoloog in opleiding Joost Velzel aan de Universiteit van Amsterdam waarover de Volkskrant en RTL Nieuws berichten. Voor zijn onderzoek onderzocht Velzel de afgelopen vijf jaar 830 vrouwen die zwanger waren van een baby die in een stuitligging lag.

Vier procent

Rond de 36 weken zwangerschap ligt zo’n vier procent van de baby’s in een stuitligging. In 85 procent van de gevallen worden kindjes die zo liggen, via een keizersnede ter wereld gebracht. In Nederland zijn dat er zo’n zesduizend per jaar, met alle risico’s van dien op ernstige complicaties bij de moeder, zoals zeer ruim bloedverlies, ernstige infecties of trombose.

Omdraaien van buitenaf

De baby in stuitligging kan van buitenaf in de baarmoeder met de handen gedraaid worden. De moeder is dan 36 of 37 weken zwanger, dus het kind heeft nauwelijks ruimte meer in de baarmoeder. Daarom kan de moeder een middel krijgen dat de spieren van de baarmoeder verslapt, bijvoorbeeld ritodrine of fenoterol. Velzel: “Sommige gynaecologen zijn huiverig voor die injecties, omdat ze in 75 procent van de gevallen bijwerkingen geven: hartkloppingen, opvliegers en hoofdpijn. Heel akelig, maar die verschijnselen duren maar een minuut of tien en dan verdwijnen ze.”

Grotere slagingskans

Het draaien van de baby kost vervolgens tijd en aandacht. Met behulp van een hartfilmpje wordt de toestand van de baby gecontroleerd. Het draaien gebeurt stukje bij beetje, met pauzes om de moeder te laten bijkomen. Velzel: “De hele procedure kost ongeveer een uur. Zonder medicatie slaagt deze ingreep in veertig tot vijftig procent van de gevallen. Met medicatie is dat 65 procent. Dat zijn in Nederland zeshonderd vrouwen per jaar extra die geen keizersnede nodig hebben.

Hij wijst erop dat als het draaien door een verloskundige buiten het ziekenhuis gebeurt, de moeder geen medicatie krijgt. Een verloskundige is namelijk niet bevoegd om medicatie te geven. Die middelen mogen alleen gynaecologen en verloskundigen die zijn verbonden aan een ziekenhuis toedienen. Velzel: “Verloskundigen zouden deze moeders daarom altijd moeten doorverwijzen naar een gynaecoloog of een verloskundige in de regio die gespecialiseerd is in het draaien van baby’s.”

Geen grote nadelen

Leonie van Rheenen is gynaecoloog in het OLVG in Amsterdam en gespecialiseerd in stuitbevallingen. Zij is niet betrokken bij het onderzoek van Velzel. ‘Een vaginale bevalling bij stuitligging levert risico’s op voor het kind. Een keizersnede levert risico’s op voor de moeder. Eigenlijk wil je niet hoeven kiezen uit die twee kwaden. Die situatie kun je in een aantal gevallen voorkomen door al vóór de bevalling in te grijpen en inderdaad de positie van de baby te optimaliseren. Daaraan zitten geen grote nadelen. Begrijpelijk dat Velzel daarvoor pleit.’

Bronnen: RTL Nieuws / De Volkskrant / Universiteit van Amsterdam

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here