Buitenspelen meer en meer uit de gratie

1
615

Kinderen spelen dramatisch minder buiten, zo blijkt uit onderzoek van Jantje Beton en Kantar Public (TNS NIPO) Utrecht. Grote generatieverschillen in spelen worden duidelijk zichtbaar. Daar waar (groot)ouders vroeger massaal naar buiten gingen, spelen kinderen nu binnen.

Vergeleken met 2013 is het aantal kinderen dat elke dag buiten speelt in de buurt gedaald van 20% naar 14%. Van de 1,2 miljoen kinderen op de basisschool zijn er dus meer dan 1 miljoen kinderen die niet meer dagelijks buitenspelen.

Uit het onderzoek blijkt dat slechts 10% van de kinderen vaker buiten speelt dan binnen; 53% van de kinderen geeft aan vaker binnen te spelen. Eén op de drie kinderen geeft overigens aan minder vaak buiten te spelen dan hij/zij zou willen (28%). De belangrijkste barrières om buiten te spelen zijn voor kinderen ‘saaiheid van de speelplekken’en ‘liever binnen willen blijven om te spelen’.

Vrolijk en blij

Bij binnen spelen zijn TV kijken en gamen favoriet bij kinderen. Buiten zijn dat fietsen en klimmen en klauteren. Een op de zeven kinderen geeft aan te druk te zijn met school en hobby’s om buiten te spelen.  De favoriete speelplekken zijn nu het schoolplein, de tuin en het bos. Ze worden minder enthousiast van hangplekken of skatebanen.

75 procent van de kinderen geeft aan zich vrolijk en blij te voelen na buiten spelen en 48 procent voelt zich dan sterk en gezond. Kinderen zouden volgens het onderzoek vaker naar buiten gaan als er meer spannende speelplekken en grasveldjes zijn of als ze minder last van verkeer zouden hebben.

Meer keuzemogelijkheden

“Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat er een enorm verschil is tussen de generatie van grootouders, ouders en kinderen op het gebied van buiten spelen”, zegt Pauline van der Loo, afdelingshoofd bij Jantje Beton, in een interview met de NOS. Terwijl bijna 70 procent van de opa’s en oma’s, en 65 procent van de ouders als kind meer buiten speelde dan binnen, geldt dit nu nog voor slechts 10 procent van de kinderen. “De keuzemogelijkheden voor kinderen zijn groter geworden”, zegt Van der Loo. “Maar we vergeten dat kinderen ook zélf aangeven dat ze vrolijk worden van buiten spelen. Bovendien is het heel gezond voor ze en leren ze zo sociale vaardigheden.”

In een video op nos.nl legt Van der Loo de voordelen van buiten spelen uit  – video afspelen >

Bronnen: jantjebeton.nl /nos.nl

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

1 REACTIE

  1. Wat spijtig, dat die buitenspeelcijfers zo blijken terug te lopen! Hopelijk zet zo’n onderzoek mensen aan het denken, want als ik hierboven lees dat ‘tv kijken’ één van de favorieten is bij ‘binnen spelen’, dan moeten we volgens mij met z’n allen ook nadenken over hoe we dingen noemen en definiëren. Volgens mij is ‘tv kijken’ niet spelen; spelen is een actief gebeuren, terwijl tv kijken juist heel passief is. In lijn daarmee is ook de woordkeus hierboven over de VOORDELEN van buiten spelen niet juist; Van der Loo spreekt zelf gelukkig niet over ‘voordelen’; zij legt uit wat de BELANGRIJKE EIGENSCHAPPEN zijn van buiten spelen.
    In heel veel settings is het belangrijk om te kijken hoe we iets noemen en framen: als je zegt dat iets een ‘voordeel’ heeft, neem je iets anders als referentiepunt (namelijk datgene wat dat zogenaamde voordeel niet heeft). Als je zegt dat buiten spelen ‘voordelen’ heeft, is binnen spelen je norm, je referentiepunt. Buiten spelen wordt dan iets waartoe de doelgroep zich door middel van het bespreken van ‘voordelen’ moet laten ‘overhalen’. Als je iets framet met de eigen, positieve eigenschappen, is er een inherente reden om datgene te doen; het is dan niet meer de vergelijking met iets anders die je ertoe zou moeten verleiden. Het zou ook meer recht doen aan het bespreken van risicogedrag (‘niet buiten spelen is risicogedrag’), wat ‘informed decision making’ ondersteunt. Ik hoop dat Vakblad Vroeg deze gedachten ten aanzien van taalgebruik serieus wil overwegen… waarvoor bij voorbaat dank! 😉
    Met vriendelijke groet,
    M. Vanderveen-Kolkena IBCLC, BSc (Lactatiekundige en antropoloog)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here