Verscherp focus op voedselallergie in eerste lijn

0
4671
baby met uitslag door allergische reactie

Veel jonge kinderen worstelen met een voedselallergie. Of de ouders denken dat dit het geval is. “In beide gevallen is adequate hulp in een vroeg stadium gewenst”, zegt diëtiste Berber  Vlieg-Boerstra. “Eten, zeker als dit met horten en stoten gaat, is namelijk zeer bepalend voor de hele ontwikkeling.”

Leren eten neemt in de ontwikkeling van kinderen een belangrijke plek in. Dat geldt des te meer wanneer een baby, peuter of kleuter te maken krijgt met een voedselallergie. “Voedselallergie is een genetisch bepaalde aanleg, aangewakkerd door de leefstijl en omgevingsfactoren”, vertelt Berber Vlieg-Boerstra. “Juist daarom neemt dit probleem steeds grotere proporties aan.” Contact met (sigaretten)rook wakkert allergie aan. Verder denkt men dat dit vooral komt doordat we in de westerse landen te schoon zijn geworden. “Factoren die ons immuunsysteem activeren, zijn weggevallen. Om een allergie te voorkomen, is het belangrijk dat jonge kinderen in contact komen met dieren en natuur. Dat contact met bacteriën buiten de eigen veilige voordeur werkt beschermend. Als je veel buiten leeft, dan word je minder snel allergisch. Allergie komt dan ook het meest voor in de steden. Verder kunnen onze eetgewoonten ook een belangrijke rol kunnen spelen.”

Laat ouders niet experimenteren

Juist in het leven van baby’s, peuters en kleuters neemt het eten een allesbepalende plek in: eetmomenten zijn ware mijlpalen binnen jonge gezinnen. “Juist daarom is het nodig om al in een zeer vroeg stadium de diagnose te stellen. Dat geeft de ouders houvast en kan voorkomen dat men zelf gaat experimenteren.” Dit laatste doet volgens Vlieg-Boerstra veelal meer kwaad dan goed. “Zeker wanneer een kind veel huilt of spuugt, voortdurend wakker is of matig groeit, kan de impact op het gezin heel groot zijn. “Al snel slaapt niemand meer goed, waardoor ouders zich steeds meer zorgen maken. Wanneer een allergie niet snel wordt herkend en begeleid, heeft dat op alle aspecten van het gezinsleven impact.”

Angst om voeding

Overigens zitten ouders er regelmatig naast en blijkt er sprake te zijn van een vermeende voedselallergie. Voor de rol van de hulpverlener maakt dat weinig uit, vindt Vlieg-Boerstra. “De impact van een vermeende voedselallergie is vaak net zo groot als wanneer hier daadwerkelijk sprake van is. In beide gevallen gaan ouders het zelf uitzoeken. Ze hebben immers een kindje wat het niet lekker doet.”

Vlieg-Boerstra vindt het vooral zorgelijk hoe ouders dan met voedsel omgaan. “Vaak gaan ze hun kind van alles onthouden in de hoop dat het niet reageert. Maar juist het onnodig onthouden van allerlei voedingsmiddelen wakkert de allergie aan. Dat geldt met name voor ei en pinda. Daar komt bij dat ouders het kind dan lange tijd veel producten onthouden, ook als het kind over de allergie is heen gegroeid. Ouders blijven dan jarenlang tobben met het eetgebeuren rond hun kind. Er ontstaat echt angst rond voedstel.”

Vlieg-Boerstra benadrukt het belang van goede begeleiding. “Ouders moeten voldoende variatie in smaken en texturen  blijven aanbieden. Anders kunnen kinderen een heel restrictief eetgedrag ontwikkelen. Dat wil je niet.”

Vroege diagnose

Veel ellende is te voorkomen met het stellen van een heldere diagnose in een vroeg stadium. Maar waar kan een hulpverlener op letten? “Wanneer de allergie verschijnt in objectieve verschijnselen, neem directe zwelling na eten of drinken, dan is de diagnose snel vast te stellen. Helaas is vaak sprake van vage klachten.” Daar komt bij dat er een stroming is die waarschuwt voor overdiagnosticeren. “Natuurlijk dienen we daar waakzaam voor te zijn. Maar ouders die hiermee worstelen, kun je niet aan hun lot overlaten. Als hulpverlener dienen we hen actief te helpen, ook als je denkt dat het niet om een voedselallergie gaat.”

“Er is veel behoefte aan betere diagnostiek in de eerste lijn. Daarbij is hulp van huisartsen en consultatiebureau-artsen goed te gebruiken. Schakel hen actief in. Dat kan voorkomen dat ouders ten einde raad en veel te laat bij ons in de tweede lijn aankloppen. De diagnosestelling zou een stuk verbeteren als we vaker de dubbelblinde, placebogecontroleerde provocatietest op het consultatiebureau zouden inzetten, zoals geadviseerd in de nationale richtlijn Koemelkallergie (NVK) en NCJ-richtlijn voedselovergevoeligheid.

Berber VliegVoorkomen

Een heel ander aspect verdient eveneens aandacht: meer te weten komen over de rol die voeding speelt bij allergiepreventie. “Daar is nog weinig over bekend. We weten nu wel dat vroege en tijdige introductie van pinda en ei het ontwikkelen van pinda- en ei-allergie helpen voorkomen. Maar er is meer, zoals de invloed van variatie in het dieet en gebruik van  gezonde of juist ongezonde producten. Daarom richt ik me in mijn onderzoek vooral op dit aspect. Voorkomen is immers te allen tijde beter dan genezen.”

Omgaan met voedselallergieën

Tijdens het congres ‘Eetproblemen bij jonge kinderen’ op 6 juni verzorgt Berber Vlieg-Boerstra een deelsessie over omgaan met voedselallergieën. Wat kunnen de deelnemers dan verwachten? “Ik ga in woord en beeld in op het herkennen van een allergie. Daarbij zal ik ook de rode vlaggen behandelen die helpen bij vroege herkenning. Verder zal ik stil staan bij de handelingsperspectieven. Bijvoorbeeld wat je zelf kunt doen en wanneer doorverwijzen is aan te raden. De behoefte aan hulp en begeleiding zal ik eveneens belichten, ook in de gevallen wanneer het waarschijnlijk gaat om een vermeende allergie. We laten deze groep namelijk nog te vaak zwemmen. Ook zij hebben grote behoefte aan begeleiding om uit het dal te geraken.”

Lees op de website van Euregionaal Congresburo alles over het congres ‘Eetproblemen bij jonge kinderen’ op 6 juni in Utrecht >

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here