Vanaf september ook 13 wekenecho onderdeel prenatale screening

0
270

Vanaf 1 september 2021 krijgen zwangeren een echo aangeboden rond de 13e week van de zwangerschap. Dit aanbod komt naast de al bestaande 20 wekenecho om lichamelijke afwijkingen bij het ongeboren kind op te sporen. De 13 wekenecho is onderdeel van een landelijke wetenschappelijke studie. 

De 13 wekenecho, valt net als de 20 wekenecho, onder prenatale screening. Aanstaande ouders kiezen zelf, met begeleiding van de verloskundige zorgverlener, of zij de 13 wekenecho willen laten doen. Een paar weken voorafgaand aan 1 september starten verloskundigen en gynaecologen met het informeren van zwangeren en partners over de 13 wekenecho. Sommige, vaak ernstige lichamelijke afwijkingen, zijn al rond 13 weken zwangerschap te zien.

Meedoen aan wetenschappelijke studie

De zwangere kan de 13 wekenecho alleen krijgen als zij meedoet aan de wetenschappelijke studie en toestemming geeft voor het gebruik van haar gegevens. Prof. Dr. Mireille Bekker van het UMC Utrecht coördineert samen met dr. Monique Haak vanuit het LUMC het landelijke onderzoek naar de 13 wekenecho. De 13 weken vervangt niet de 20 wekenecho.

“Sporen we eerder afwijkingen op, dan kunnen ouders langer nadenken over voortzetting van de zwangerschap en wordt de impact van een abortus mogelijk minder. Het kan echter ook leiden tot meer ongerustheid, terwijl de ernst van afwijkingen nog niet zijn in te schatten”, aldus Bekker. In het onderzoek wordt in kaart gebracht hoe zwangeren, partners en zorgverleners deze echo ervaren. En ook of een eventuele abortus in een vroeg stadium minder impact heeft. Als de resultaten bekend zijn, besluit het ministerie van VWS of ook deze echo wordt aangeboden als reguliere screening tijdens de zwangerschap. De studie duurt tot en met 2024.

Betrokken partijen

Op advies van de Gezondheidsraad, gaf het ministerie van VWS opdracht om de 13 wekenecho aan te bieden als onderdeel van een wetenschappelijke studie. Het RIVM voert de landelijke regie over prenatale screening. Hierbij werkt het RIVM nauw samen met de Regionale Centra voor Prenatale Screening, betrokken beroepsgroepen, vertegenwoordigers van ouder- en patiëntenorganisaties en verschillende opleidingsinstituten. Het Universitair Medisch Centrum Utrecht en het Leids Universitair Medisch Centrum zijn verantwoordelijk voor de wetenschappelijke studie (IMITAS). ZonMw subsidieert de studie.

Vervolgonderzoek

Speciaal hiervoor opgeleide echoscopisten voeren deze echo uit. Als de echoscopist een lichamelijke afwijking bij het ongeboren kind vermoedt, krijgt de zwangere vervolgonderzoek aangeboden. Dit vindt plaats bij een Centrum voor Prenatale Diagnostiek in een academisch ziekenhuis.

Kijk voor meer informatie op www.pns.nl, de website over pre- en neonatale screeningen.

Bron: umcutrecht.nl

Zie ook:

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here