Twee vijfjarigen per schoolklas hebben taalontwikkelingsstoornis

1
9615
TOS

“Zeven procent van de kinderen in de leeftijd van 5 jaar heeft een taalontwikkelingsstoornis”, aldus” logopediewetenschapper Ellen Gerrits. “Dat komt neer op ongeveer twee kinderen per schoolklas”. Zij pleit voor meer aandacht voor TOS.

Gerrits maakt zich hard voor mensen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en dat is nodig. TOS is nog onbekend maar komt zeker zo vaak voor als dyslexie en vaker dan autisme. Kinderen met deze stoornis hebben moeite met praten, het maken van zinnen en het leren van woorden. En ze vinden het lastig om verbale informatie te verwerken.

Niets mis met intelligentie

Bij jonge kinderen signaleren ouders en het consultatiebureau meestal dat het kind later gaat praten en minder snel heel veel woorden gebruikt. Soms zijn kinderen onverstaanbaar en hebben ze moeite met het klanksysteem. Gerrits: “Er is meestal niets mis met de intelligentie van iemand met TOS. Jonge kinderen zeggen allemaal eerst ‘naan’ in plaats van ‘banaan’ maar bij kinderen met TOS duurt het langer voor dit over gaat. Verder maken ze vaak kortere zinnen en laten ze werkwoorden weg.”

Verschillende oorzaken

Een taalachterstand kan verschillende oorzaken hebben. Gerrits: “Soms heeft een kind gehoorproblemen of kent het weinig Nederlandse woorden maar heeft het een grote woordenschat aan Turkse woorden. Soms is er sprake van TOS”.

Hoe eerder je met de behandeling van een taalontwikkelingsstoornis start hoe beter. Gerrits werkt binnen het onderzoek van Dynamics of Youth samen met neurowetenschappers en neurobiologen om onderzoek te doen naar de vroege ontwikkeling van kinderen. “Het zou fantastisch zijn als onderzoek met een minibrein – hersenorganoïd – in het lab leidt tot inzichten waarmee we TOS vroeger en beter kunnen herkennen.  Kunnen we door deze interdisciplinaire samenwerking meer te weten komen over de vroege ontwikkeling van het brein en de factoren van buitenaf die deze ontwikkeling  beïnvloeden? En kunnen we dan op basis van die informatie TOS voorkomen? Dat zijn vragen waar wij ons over buigen.”

Taalscreening via consultatiebureau

Verder werkt zij samen met maatschappelijke partners zoals de gemeente Utrecht. “Met de gemeente hebben we gekeken hoe je taalinput van ouders in kaart kunt brengen en welke taalscreening het meest geschikt is om bij tweejarige kinderen een taalachterstand te signaleren. TOS kan je niet signaleren, een taalachterstand wel.” Deze screening wordt uitgevoerd door het consultatiebureau. Zij werken sinds kort met een nieuwe taalscreening zodat jeugdartsen een taalachterstand beter kunnen signaleren en ernaar handelen.

Het kind wordt na screening doorverwezen naar een audiologisch centrum waar een team van logopedisten, audiologen en psychologen het kind onderzoekt, de oorzaak van de taalachterstand bepaalt en een advies geeft over het behandel- of onderwijstraject. Behandeling bestaat altijd uit taaltherapie door een logopedist.

Prof.dr. Ellen Gerrits: “Voor een kind is het veel makkelijker om te zeggen dat het dyslexie heeft, dat kent iedereen, TOS niet”

Gedragsproblemen door miscommunicatie

“Voor kinderen met TOS is het heel lastig om mee te komen op school. Vaak ontstaan door miscommunicatie ook gedragsproblemen.” Zij hebben moeite met het volgen van de veelal talige en complexe instructie die wordt geboden in de klas. Daarnaast is er sprake van een trage informatieverwerking. Soms biedt speciaal onderwijs een uitkomst, hoewel Gerrits ook de voordelen ziet van Passend Onderwijs waarbij kinderen met ondersteuning naar het reguliere onderwijs gaan en beter voorbereid zijn op de ‘echte wereld’. “In het speciaal onderwijs werken logopedisten en speciaal getrainde leerkrachten die precies weten hoe ze om moeten gaan met iemand met TOS, maar in de echte wereld vind je deze mensen meestal niet”.

Onbekendheid

Het zou in de ogen van Gerrits goed zijn als meer mensen kennis hebben van deze stoornis. “Ouders moeten het alsmaar uitleggen. Voor een kind is het veel makkelijker om te zeggen dat het dyslexie heeft, dat kent iedereen, TOS niet.” En we weten ook dat er minder onderzoeksgeld wordt vrij gemaakt voor TOS omdat het een onbekende stoornis is. Veel minder dan bijvoorbeeld voor autisme terwijl er veel meer kinderen zijn met TOS ”.

Volgens Gerrits is het feit dat mensen met TOS moeite hebben met communiceren een belangrijke oorzaak van de onbekendheid van TOS. “Ze zouden eigenlijk een TOS-boegbeeld moeten hebben maar deze zijn niet gemakkelijk te vinden. Ook omdat communiceren moeizaam gaat en mensen met TOS niet snel naar buiten treden”.

Filmpje

Op YouTube staat een voorlichtingsfilmpje van Kentalis met uitleg over TOS.

Bron: uu.nl

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here