Sociale interactie belangrijke motor voor ontwikkeling

0
684

Jonge kinderen zijn sociale wezens. Zelfs het gedrag van pasgeboren baby’s is al ten diepste sociaal. Een belangrijk principe van sociale ontwikkeling is dat een patroon van interactie zich min of meer vanzelf organiseert. Voor opvoeders is het vooral zaak om goed te observeren en positieve vormen van sociale interactie te stimuleren.

Tekst: Mascha Boelaars, BKK
Illustratie: Jane Klein, OptimaForma, Nijmegen

De meeste kinderen zijn al op zeer jonge leeftijd bezig met hun positie in de groep, met vriendschappen en relaties. In deze interacties ontwikkelen ze sociale vaardigheden, emoties en beelden van zichzelf in relatie tot anderen.

Geleide participatie

Jonge kinderen zijn van nature gevoelig voor wat oudere kinderen en volwassenen doen. Ze zullen spontaan proberen mee te doen. Deze vorm van sociale interactie wordt geleide participatie genoemd en is een belangrijke motor achter de ontwikkeling op diverse gebieden, zowel sociaal, cognitief, taal, motorisch als emotioneel. Dit proces is duidelijk zichtbaar wanneer je een groep jonge kinderen observeert. Alle kinderen proberen hun eigen behoeften, wensen en belangen te realiseren. Dit leidt tot een complex spel van onderlinge afstemming: samen en alleen spelen, ruzies, emoties, vriendschappen. Het is een proces dat zich spontaan zelf organiseert, waarbij als het goed is volwassenen af en toe tussenbeide komen.

Spanningsveld

Daarnaast organiseren volwassenen educatieve sociale momenten, zoals samen fruit eten of luisteren naar voorlezen. Deze momenten bedenken kinderen niet zelf, maar zijn wel belangrijk voor het uitbreiden van sociale handelingsmogelijkheden en vaardigheden.

Bij elke vorm van sociaal handelen is er sprake van een spanningsveld tussen de verschillende belangen, zowel bij jonge kinderen als bij oudere kinderen en volwassenen. Dit spanningsveld stuurt het sociaal handelen aan, waarbij optimale oplossingen ontstaan. Soms met een beetje hulp van volwassenen.

Deelnemers aan de interactie, denk aan een moeder en haar baby tijdens het geven van borstvoeding, zorgen zelf voor een keten van acties en reacties. Het gaat om het onderling afstemmen van elkaars handelingen. Het patroon van interactie komt tot stand op basis van de behoeften en de emoties van het moment en van eerdere ervaringen en verworven vaardigheden van de deelnemers. Naarmate kinderen zich verder ontwikkelen, veranderen de inhoud en de vorm van de sociale interacties. Zowel stabiliteit als verandering ontstaan spontaan uit de interacties die kinderen met anderen hebben. Dit zijn vaak leeftijdsgenoten, maar een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor opvoeders.

Rol opvoeder

Om als opvoeder een bijdrage te kunnen leveren aan de sociale ontwikkeling van kinderen, is het belangrijk de sociale interacties goed te observeren. Zo krijg je zicht op de manier waarop sociale interactie en sociale ontwikkeling vorm krijgen. Zorg als opvoeder ook dat je een idee hebt over hoe je wil dat de kinderen met elkaar omgaan en hoe je dat kunt sturen; wat doe je bijvoorbeeld bij conflicten. Bovendien heeft jouw gedrag als volwassene in de sociale groep van de kinderen een voorbeeldfunctie.

Samenvatting hoofdstuk ‘Sociale ontwikkeling’

Dit bericht is een samenvatting van het hoofdstuk ‘Sociale ontwikkeling’ in het ‘Pedagogisch curriculum voor het jonge kind in de kinderopvang’. De auteur Prof. Dr. Paul van Geert is emeritus hoogleraar in de ontwikkelingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Sociale ontwikkeling’ hoort bij de doelstelling ‘Het bevorderen van sociale competentie’.

Meer over het ‘Pedagogisch curriculum’

In mei 2017 verscheen de uitgave ‘Pedagogisch curriculum voor het jonge kind in de kinderopvang’. Diverse onderzoekers en wetenschappers op het gebied van opvoeden hebben samen dit curriculum geschreven. Hierin staan thema’s die belangrijk zijn voor een goede kwaliteit, bijvoorbeeld welbevinden & betrokkenheid, gehechtheid, taalontwikkeling en gezonde leefstijl. Bij ieder thema staat wat jonge kinderen nodig hebben, wat jonge kind voorzieningen moeten bieden en wat dat betekent voor het kind, nu en in de toekomst. Elk thema past bij één van de vier pedagogische doelen van prof. Dr. Marianne Riksen-Walraven, zoals in de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) zijn opgenomen.

 Ga voor meer informatie over het curriculum naar: bkk.nl >

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here