Praktisch boek over versterken executieve functies

0
986

Recensie ‘Executieve functies bij kinderen en adolescenten’ door Anna Foget-Feijth

Dit boek richt zich op het ondersteunen van zwakke executieve functies bij kinderen en adolescenten. In eerdere versies lag de focus op het veranderen van de omgeving. Voortschrijdend inzicht maakte de auteurs duidelijk dat ze dáár niet moesten stoppen. Dit heeft hen ertoe aangezet om dieper na te denken over hoe ze van het veranderen van de omgeving (het bekwamen van mensen in de frontlinie, zoals onderwijsprofessionals en ouders) konden overgaan tot het leren van de vaardigheden door de kinderen en jongeren. Hierdoor heeft de in 2019 geheel herziene versie van dit boek een extra dimensie gekregen. Het accent ligt nu ook op het leren van deze vaardigheden door de kinderen en jongeren zelf. De nieuwste versie van het boek bevat zes nieuwe hoofdstukken met veel nieuwe inzichten.

‘Executieve functies bij kinderen en adolescenten’ is bedoeld voor alle mensen die werken met en betrokken zijn bij kinderen en adolescenten en die hen willen helpen met het ontwikkelen van hun executieve functies. Het boek bestaat uit drie delen.

Deel I

Gaat over de basisprincipes van diagnostiek en interventie. Hierin wordt in verschillende hoofdstukken een overzicht gegeven van de executieve functies, op welke manieren je de executieve vaardigheden kan bepalen (welke instrumenten je hiervoor kan gebruiken en hoe je hierin een goed evenwicht kan vinden tussen formele en informele beoordelingsinstrumenten, -maten en -schalen) en hoe je die beoordelingen kan koppelen aan een op de leerlinggerichte interventie.

Daarnaast is er aandacht voor de invloed van executieve functies op het al dan niet in aanmerking komen voor speciaal onderwijs. En ook voor de vraag wanneer passend onderwijs passend genoeg is om deze leerlingen de hulp te geven die ze nodig hebben. De schrijvers betogen hier dat executieve functies zó cruciaal zijn voor succes, zowel op school als in het leven, dat het in het belang is van zowel de school als de leerling om leerlingen te helpen effectievere executieve functies te ontwikkelen.

In hoofdstuk vijf is er uitgebreid aandacht voor de interventies die helpend kunnen zijn om de executieve vaardigheden te stimuleren. Hierbij is er onderscheid gemaakt tussen ingrijpen op het niveau van de omgeving en ingrijpen op het niveau van het individu.

Deel II

Is gericht op interventies voor specifieke probleemsituaties en de daarbij behorende executieve vaardigheden. Hierbij wordt, bij het aanleren van deze vaardigheden, onderscheid gemaakt tussen jongere en oudere kinderen. Veel van de beschreven activiteiten kunnen zowel aan een individueel kind als aan een hele klas worden geleerd. Er wordt aangeraden om de activiteiten in te passen in een instructie voor de hele klas, omdat dat minder arbeidsintensief is en de kans daardoor groter wordt dat er meer kinderen baat bij hebben. Er worden per interventie duidelijke beschrijvingen gegeven voor individueel gebruik én gebruik op school. Ook is er aandacht voor toepassing op de middelbare school.

Hoofdstuk zeven bestaat uit elf tabellen (voor elke executieve vaardigheid één. Deze tabellen bestaan uit drie onderdelen (suggesties voor aanpassingen in de omgeving, voorbeelden van stappen of procedures die gebruikt kunnen worden en een korte casus ter illustratie). Daarna volgt een ‘sleutel tot succes’, waarin aanwijzingen worden gegeven die van pas kunnen komen bij de toepassing van een interventie. Verder is er in deel II ruim aandacht voor executieve functies bij kinderen met ADHD (hoofdstuk acht) en autisme (hoofdstuk negen) en het coachen van kinderen met zwakke executieve vaardigheden (hoofdstuk tien).

In hoofdstuk elf is er aandacht voor het plannen van overgangssituaties. Als kinderen ouder worden en de natuurlijke vermindering van ondersteuning door volwassenen en school (gedeeltelijk) verdwijnt, kunnen zwakke executieve vaardigheden (weer) naar de oppervlakte komen. Het probleem is dat zwakke executieve vaardigheden vaak de indruk wekken dat ze met motivatie te maken hebben. Het is belangrijk om zorgvuldig met deze signalen om te gaan en het gedrag van de adolescent op de juiste manier te interpreteren om hem de ondersteuning te kunnen bieden die nodig is.

Deel III

Gaat over toepassingen voor de hele school. Dit deel bespreekt ervaringen van een aantal scholen in de Verenigde Staten en Canada met het integreren van de begrippen die horen bij executieve functies in een leerplan voor de hele school. Deze scholen gebruiken verschillende methodes, maar hebben gemeenschappelijke hoofdkenmerken. Een belangrijk aspect is dat het abstracte concreet gemaakt moet worden. Een tweede belangrijk aspect is dat er dagelijkse besprekingen zijn over deze vaardigheden en dat er praktische voorbeelden gegeven worden van de rol die ze spelen bij de taken en gedragingen in de klas. Een derde aspect is het consequent gebruiken van dezelfde terminologie om voorbeelden van vaardigheden te beschrijven.

Het boek sluit af met een bijlage met meer dan dertig reproduceerbare formulieren voor gebruik in verschillende situaties. Dit maakt het boek, naast een bruikbaar naslagwerk, ook een praktisch werkboek.

Vormgeving

Het boek is uitgegeven op A4 formaat, wat heel fijn is, omdat er reproduceerbare formulieren als bijlagen zijn toegevoegd. Deze zijn daardoor gemakkelijk te kopiëren voor gebruik. Het boek telt 341 pagina’s.

Wat hebben professionals eraan in de praktijk?

Het boek is heel praktisch. De gebruikte theorie, wordt steeds gekoppeld aan de praktijk. Er staan veel voorbeelden in het boek waarin problemen met executieve functies een belemmering kunnen zijn voor kinderen en adolescenten van verschillende leeftijden en in verschillende contexten. Het boek geeft inzicht in welke executieve functies er zijn, wat ze doen, welke problemen er kunnen ontstaan als de executieve vaardigheden nog niet goed ontwikkeld zijn en hoe kinderen en adolescenten geholpen kunnen worden met het versterken van deze vaardigheden.

Over de schrijvers

Peg Dawson is psycholoog en Richard Guare is neuropsycholoog. Beiden werken aan het Center for Learning and Attention Disorders in Portsmouth, New Hampshire. Richard Guare is directeur van dit Center. Ze hebben allebei meer dan dertig jaar ervaring met het werken met kinderen met aandachtstekort-, gedrags- en leerstoornissen.

Executieve functies bij kinderen en adolescenten >>

Anna Foget-Feijth is Master Pedagoog, Ambulant jeugd- en gezinshulpverlener, Trainer LAGK en al ruim 25 jaar groepsleerkracht in het primair onderwijs. Zij werkt nu vijf jaar als groepsleerkracht in een ISK (Internationale Schakelklas) voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Hier krijgen vluchtelingen- en migrantenkinderen één tot twee jaar NT2 onderwijs voordat ze doorstromen naar het reguliere basisonderwijs. Veel van deze kinderen hebben te maken met trauma- en hechtingsproblematiek.

 Tijdens haar studie (Master Pedagogiek) heeft Anna onderzoek gedaan dat gericht was op de ontwikkeling van anderstalige nieuwkomerskinderen met trauma en hechtingsproblematiek.

In dit kader onderzocht zij ook hoe onderwijsprofessionals zo goed mogelijk met deze doelgroep om kunnen gaan, zodat zij zich handelingsbekwaam zullen voelen in de omgang met deze kinderen. Kennis over trauma, hechting en (trauma)sensitief werken speelt hierbij een grote rol.

Zie ook:

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here