Bevorder haperende zelfregulatie met spel en taal

0
2932

Executieve functies zijn essentieel voor de cognitieve, sociale en psychologische ontwikkeling. Ook zijn ze belangrijk voor schoolrijpheid, schoolsucces en welbevinden. Is de ontwikkeling hiervan bij een jong kind vertraagd of verstoord, dan is met name het bevorderen van taal en spel van belang.

Tekst: Mascha Boelaars, BKK
Illustratie: Jane Klein, OptimaForma, Nijmegen

Executieve functies ontwikkelen zich vanaf de babytijd en zorgen voor ‘gezond’ en ‘positief’ gedrag, motivatie, emoties en het besef dat mensen ‘gezonde’ keuzes kunnen maken. Voor zichzelf, maar ook voor anderen. Het is van belang om deze functies te blijven stimuleren: het neemt, net als bij lichamelijke conditie, af als je het niet onderhoudt. Zijn de functies goed ontwikkeld, dan reageert een kind niet impulsief of op de automatische piloot.

Inhibitie, cognitieve flexibiliteit en werkgeheugen

Wetenschappers onderscheiden drie belangrijke executieve functies, te weten inhibitie, cognitieve flexibiliteit en werkgeheugen:

  • Inhibitie is het vermogen om op een bepaalde manier te reageren bij een opkomende gedachte of externe impuls. Kinderen leren om na te denken over mogelijke gevolgen van hun handelen en of het past in de omgeving; hierdoor kan een kind in een rij blijven wachten tot het aan de beurt is of speelgoed blijven opruimen ook al trekt het om weer te gaan spelen.
  • Cognitieve flexibiliteit gaat over het vermogen om gedrag of gedachten aan te passen aan veranderende eisen, prioriteiten of perspectieven. Het is bijvoorbeeld nodig om ironie te begrijpen en gedrag aan te passen van situatie A (bibliotheek) naar situatie B (speeltuin).
  • Het werkgeheugen is de vaardigheid om informatie vast te houden, terwijl het kind complexe, mentale taken uitvoert.

Het begrip ‘zelfregulatie’ legt een verband tussen bovengenoemde executieve functies en emotie en motivatie. Een voorbeeld is jezelf rustiger maken in een frustrerende situatie. Kinderen met een goed ontwikkelde zelfregulatie kunnen kiezen hoe zij hun emoties uiten en kunnen inschatten welke invloed ze hebben op hun gedachten en acties. Dit klinkt eenvoudig, maar is het vaak niet!

Rol voor beroepskrachten

Het is voor beroepskrachten van belang om zicht te hebben op hoe de ontwikkeling van de executieve functies verloopt. Dit is namelijk sterk afhankelijk van de omgeving: als het kind niet krijgt wat het nodig heeft, kan de ontwikkeling sterk vertraagd of zelfs verstoord raken. Met name factoren als opgroeien in armoede, gescheiden ouders en blootgesteld zijn aan stress lijken een negatieve invloed te hebben. Een positieve invloed hebben onder andere gezonde opvoedstijlen en een veilige hechting.

Taal en spel

Voor een goede ontwikkeling is het belangrijk dat kinderen worden uitgedaagd en veel oefenen om beter te worden in executieve functies en zelfregulatie. Goed kijken en luisteren naar het kind zijn hierbij essentieel. Het bevorderen van de taalvaardigheid helpt kinderen beter te begrijpen. Ook spelsituaties zijn ideaal voor de ontwikkeling van executieve functies en zelfregulatie. Voor jonge kinderen is vooral fantasiespel een goede manier om te oefenen en te bespreken.

Samenvatting hoofdstuk ‘Executief functioneren en zelfregulatie’
Dit bericht is een samenvatting van het hoofdstuk ‘Executief functioneren en zelfregulatie’ in het ‘Pedagogisch curriculum voor het jonge kind in de kinderopvang’. De auteur Dr. Petra Hurks is als universitair hoofddocent kinderneuropsychologie verbonden aan de Universiteit Maastricht. ‘Executief functioneren en zelfregulatie’ hoort bij de doelstelling ‘Het bevorderen van persoonlijke competentie’.

Meer over het ‘Pedagogisch curriculum’
In mei 2017 verscheen de uitgave ‘Pedagogisch curriculum voor het jonge kind in de kinderopvang’. Diverse onderzoekers en wetenschappers op het gebied van opvoeden hebben samen dit curriculum geschreven. Hierin staan thema’s die belangrijk zijn voor een goede kwaliteit, bijvoorbeeld welbevinden & betrokkenheid, gehechtheid, taalontwikkeling en gezonde leefstijl. Bij ieder thema staat wat jonge kinderen nodig hebben, wat jonge kind voorzieningen moeten bieden en wat dat betekent voor het kind, nu en in de toekomst. Elk thema past bij één van de vier pedagogische doelen van prof. Dr. Marianne Riksen-Walraven, zoals in de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) zijn opgenomen.

Ga voor meer informatie over het curriculum naar de website van BKK, klik hier.

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here