Mishandeling ondermijnt veilige hechtingsrelatie

0
909

Hardhandig schudden van baby’s of peuters die geslagen worden. Het zijn duidelijk zichtbare vormen van kindermishandeling. Minder zichtbaar zijn psychische mishandeling en emotionele en pedagogische verwaarlozing van jonge kinderen. “Al deze vormen van kindermishandeling verdienen gerichte aandacht”, bepleit prof. dr. Lenneke Alink, binnenkort spreker tijdens het congres over dit actuele onderwerp. “Ze ondermijnen namelijk het aangaan van een veilige hechtingsband, een basis voor een gezonde ontwikkeling.”

Prof. Dr. Lenneke Alink: “Focus in jeugdhulpverlening meer op preventie en vroeghulp”

Het ontstaan van kindermishandeling is complex: vrijwel iedere ouder wil immers het beste voor zijn kind. Toch overkomt het ieder jaar weer vele duizenden jonge kinderen. Hoe is dit toch te verklaren? “Ja, wist ik het maar!”, reageert Lenneke Alink, spreker tijdens de eerste editie van het congres Kindermishandeling bij baby’s, peuters en kleuters. “We weten nog heel veel niet. Wat wel duidelijk is, is dat het vaak te maken heeft met veel stress in het leven van de ouder, al dan niet in combinatie met eigen traumatische ervaringen in de kindertijd. Ook zien we dat sommige ouders moeite hebben om de juiste betekenis te geven aan signalen die een baby of peuter uitzendt, en dat kan ook weer met stress te maken hebben. Daardoor reageren ze bijvoorbeeld te weinig of juist heel hardhandig.”

Geen veilige basis

Dat de gevolgen van mishandeling ernstig kunnen zijn is duidelijk. Maar er is er nog veel onduidelijkheid over het effect van wanneer de mishandeling precies heeft plaatsgevonden, constateert Alink. “Je kunt heel lastig in kaart brengen of mishandeling in de vroege kindertijd is gebeurd, omdat kinderen en volwassenen daar vaak geen herinneringen aan hebben.” Wel pleit Alink voor het vroeg ondersteunen van gezinnen waarin opvoedmoelijkheden bestaan. “In de vroege kindertijd wordt een gehechtheidsrelatie opgebouwd met de belangrijkste verzorgers van het kind, meestal de ouders. De opbouw van een stabiele en veilige gehechtheidsrelatie is ontzettend belangrijk. Daar halen kinderen het fundament voor hun verdere ontwikkeling vandaan. Door kindermishandeling, zeker als dit binnen het gezin plaatsvindt door één of allebei de primaire verzorgers, raakt die gehechtheidsrelatie enorm verstoord. Een veilige basis ontbreekt dan.”

Vertrouwensbasis

Een belangrijke remedie is preventie en vroeghulp. Het goede nieuws is dat juist hier kansen liggen tot het voorkomen of in de kiem smoren van mishandeling. “Hier ligt de sleutel om de ontwikkeling van deze kinderen weer om te buigen. Onderzoek toont ook aan dat programma’s op dit gebied effectief zijn. Dat geldt weliswaar niet per se voor elke ouder of voor elk soort problematiek, dus meer onderzoek is nodig, maar het is zeker zinvol om binnen de jeugdhulpverlening hier meer op te focussen. Zeker als het lukt om een vertrouwensband met een ouder op te bouwen, waardoor je goed zicht blijft houden op de situatie. Dat schept de mogelijkheid om, als een ouder aangeeft dat het nog niet goed lukt, hier een open gesprek over te voeren. Het opbouwen van vertrouwen is van cruciaal belang.”

Bruggen slaan

Alink kijkt uit naar haar congrespresentatie om professionals die werken met jonge kinderen meer houvast te bieden als zij in aanraking komen met mishandelingszaken of een vermoeden daarvan. “Ik wil dan vooral bruggen slaan. Ik ben natuurlijk wetenschapper en werk zelf niet in de praktijk. Wel werk ik vrijwel continue samen met praktijkmensen. Daar komt veel nuttige kennis uit naar voren. In mijn presentatie wil ik recente onderzoeksbevindingen op dit gebied vertalen naar de werkvloer. Vandaar ook de titel van mijn presentatie: ‘De vroegte wint? Over ernstige opvoedproblematiek bij jonge kinderen’. Wellicht een beetje een open deur, maar ik doel hiermee op het belang om op een vroeg moment iets wat dreigt mis te lopen op een goeie manier om te buigen. Het is de kunst om de mishandeling in een pril stadium te herkennen en daar vervolgens de juiste vorm van hulp aan te koppelen. Slaag je daarin, dan kun je een heleboel leed besparen.”

Alle congresinformatie op een rij >>

Prof. Dr. Lenneke Alink is hoogleraar Forensische gezinspedagogiek en Wetenschappelijk Directeur van het instituut Pedagogische wetenschappen van de Universiteit Leiden. Ze promoveerde in 2006 aan de Universiteit Leiden en was van 2006 tot 2008 visiting scholar bij het Center for Child Development, University of Minnesota.

Naast haar functie in Leiden bekleedde zij van 2012-2017 de Jan Brouwer leerstoel ‘Preventie en gevolgen van kindermishandeling en verwaarlozing’ aan de VU. Haar onderzoek richt zich op verschillende aspecten van ongunstige ervaringen in de kindertijd, opvoedingsproblemen en kindermishandeling, zoals risicofactoren, oorzaken, gevolgen, preventie en beslissingen in kinderbeschermingszaken.

Zie ook:

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here