Inspirerende ontdekkingstocht bij het stimuleren spraak en taal

0
798

Recensie ‘Praten doe je met z’n tweeën’ door Ilse Davids

De ondertitel van dit boek belooft dat het een ‘praktische handleiding’ is voor ouders van kinderen met een vertraagde taalverwerving. Die belofte wordt meer dan waargemaakt. Het boek is niet alleen geschikt voor ouders, maar ook goed bruikbaar voor jonge kind professionals bij zorgen rondom de taalontwikkeling van een kind. Het is een sprekend en praktisch inspiratieboek.

‘Praten doe je met z’n tweeën’, van de hand van Jan Pepper en Elaine Weitzman, is op een prettige manier geschreven. Ook hebben de negen hoofdstukken een heldere opbouw en sluiten ze goed op elkaar aan. Elk hoofdstuk begint met een korte inleiding met daarin een terugblik op wat in eerdere hoofdstukken aan bod is gekomen. Het is dan ook niet noodzakelijk om het in één keer uit te lezen. Elk hoofdstuk bevat tips en oefeningen en het hoofdstuk erna is een vervolg daarop. Het boek is onderdeel en handleiding van het Hanen-ouderprogramma.

De toon richting ouders en andere opvoeders is mild, vriendelijk en aanmoedigend. Naast het belang van een goede taalontwikkeling en interactie voor kinderen, is het ook gericht op het plezier en de relatie met de volwassene die dit ten goede komt. Het boek bevat vele praktische aanwijzingen in herkenbare gezinssituaties en op bijna elke pagina een passende illustratie. Het is dan ook zeker geen taaie kost met voornamelijk theorie, maar juist een sprekend, praktisch inspiratieboek.

Communicatiefases

Het boek kan worden gezien als een ontdekkingstocht in manieren van communiceren. Er wordt gestart bij de basis; hoe werkt communicatie bij kinderen? Vervolgens wordt ingezoomd op de ontwikkeling van communicatiefases van kinderen in hun vroege jaren. Daarbij worden vier fasen onderscheiden:

  • Ontdekkers
  • Stille praters
  • Starters
  • Bouwers

Aan de hand van een heldere beschrijving per fase krijgen ouders inzicht in welke fase hun kind zich bevindt. Deze fasen lopen door elk hoofdstuk van het boek, zodat steeds kan worden afgestemd op waar een kind zich bevindt in de taalontwikkeling.

Ook wordt ingezoomd op interactiepatronen. Hoe nodig je een kind uit hiermee te beginnen? En hoe motiveer je je kind dit vaker te doen? Het principe ‘Een kind dat de leiding heeft, krijgt de taal die het nodig heeft’ wordt  aan de hand van Kijken-wachten-luisteren voor elke verschillende fase uitgelegd.

Volgen kind

Verder is er aandacht voor het belang van het volgen van je kind. Dit gebeurt vanuit het principe dat zelfvertrouwen en communicatieve vaardigheden worden vergroot wanneer een kind de leiding krijgt en wanneer ouders reageren door het te volgen. Na een algemene uitleg volgt er een  beschrijving van diverse manieren om dit te doen. Bijvoorbeeld door onmiddellijk vol belangstelling te reageren, mee te doen en mee te spelen, te imiteren of door vragen te stellen. Daarna wordt dit wederom toegespitst op de eerdergenoemde verschillende fasen, dus hoe volg je je kind passend wanneer het in de fase van de Ontdekker zit? En hoe doe je dit juist wanneer het in de fase van Bouwer zit?

Uitbouwen interactie

Vervolgens gaan de auteurs in op manieren om een interactie verder uit te bouwen, langer te laten duren. Wat kun je als ouder doen om een kind te motiveren om weer een initiatief te nemen? In dit kader is er aandacht voor routines: wat zijn het en wat is het nut voor kinderen. Illustratief zijn enkele voorbeelden met uitleg hoe kinderen bijvoorbeeld beurtwisseling kunnen leren tijdens routines in het dagelijks leven. Daarna gaat het boek verder in op de uitbreiding van de woordenschat van jonge kinderen: op welke manier kun je – passend bij elke fase – taal toevoegen in de interactie, waardoor een kind de wereld beter leert begrijpen en het zich beter leert uitdrukken?

Spelen, lezen en musiceren

De laatste drie hoofdstukken gaan dieper in op het gebruik van taal tijdens het spelen, samen een boek lezen en muziek maken. Als lezer word je geholpen bij het formuleren van doelen en spelvoorbereiding bij functioneel spel, constructiespel en fantasiespel. Ook hier weer voorbeelden aangevuld met passende illustraties, waardoor het goed in de praktijk te gebruiken is.

Praten doe je met z’n tweeën >>

 

Ilse Davids is gezinspedagoog en werkt als pedagogisch beleidsmedewerker bij het Pedagogisch Expertise Centrum van SWKGroep Kinderopvang, onderdeel van de SWKGroep.

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here