Een baby in een stoeltje, zittend bij de volwassenen, een baby in een loopwagentje die enthousiast met de voeten tegen de vloer tikt, een baby die al in een zitje wordt gezet omdat het zo gezellig oogt en omdat je handen dan even vrij zijn. Dit zijn van die beelden die heel logisch voelen. Het ziet er vaak tevreden uit, het is praktisch, en het past bij een dagelijks leven waarin we veel moeten combineren. En toch wringt er iets, juist bij de allerkleinsten, want een baby die nog niet zelfstandig kan zitten, heeft in de kern iets anders nodig dan een houding die hem rechtop “parkeert”.

Bij jonge kinderen begint ontwikkeling door te oefenen met heel veel tussenstappen:

  • heel veel proberen
  • falen
  • weer proberen
  • nog eens falen 
  • en uiteindelijk lukt het. 

En wát een trotse blik zie je dan! Dat vergt eindeloos, urenlang:

  • bewegen op rug en buik
  • leren rollen
  • opduwen
  • gewicht verplaatsen
  • evenwicht zoeken
  • en weer opnieuw beginnen. 

Net zo lang tot de spieren sterk en bewegingen gecoördineerd genoeg zijn om een nieuwe vaardigheid zelf uit te voeren. Dat oefenen doorbreek je wanneer de baby tijd doorbrengt in een stoeltje. 

Van vervoer naar verblijf, daar zit het verschil

Er is natuurlijk een uitzondering, en dat is vervoer. Een maxi-cosi of autostoel is bedoeld om veilig van A naar B te gaan. Dat gebruik is functioneel. Het probleem ontstaat wanneer zo’n vervoermiddel ongemerkt een verblijfplaats wordt, omdat het handig is, omdat de baby er rustig in blijft, of omdat het een vaste plek in huis krijgt. In de literatuur wordt wel gesproken over ‘containers’, hulpmiddelen waarin baby’s langere tijd worden neergezet, zoals autostoelen, wipstoeltjes, bouncers en zitjes. Ze beperken de vrije beweging en laten te weinig tijd voor oefenen met de motoriek.

Dan stapelt de tijd zich op en wordt “even” een groot deel van de dag, terwijl juist diezelfde uren de uren zijn waarin een baby het meeste leert over zijn lichaam. Mits de baby de vrijheid heeft om te bewegen, te spelen en te ontdekken. 

Die ontwikkeling is niet alleen een motorisch verhaal, het is een fundament dat doorwerkt in het zelfvertrouwen van een kind, in de manier waarop het later beweegt, speelt en nieuwe dingen durft. Juist daarom is het relevant dat we in Nederland steeds vaker signalen zien dat kinderen en jongeren minder bewegen en dat de motoriek achteruitgaat. Dit heeft gevolgen voor kracht, coördinatie en bewegingsplezier. Babyzitjes of loopwagentjes zijn natuurlijk niet de enige oorzaak van de slechtere motoriek, maar het past wel in hetzelfde patroon waarin de fysieke oefenruimte kleiner wordt en het lichaam minder vaak “aan” staat.

Loopwagentjes zorgen voor een slechtere motoriek, niet een betere

Loopwagentjes zijn een apart hoofdstuk, omdat ze de belofte in zich dragen van vooruitgang. Veel ouders denken dat een loopwagentje het lopen stimuleert, maar kinderartsen waarschuwen hier al lang voor. Loopwagentjes vergroten  juist letselrisico’s en helpen de motorische ontwikkeling niet zoals mensen hopen. Ook in onderzoek is vaker gevonden dat het gebruik van babywalkers samen kan hangen met vertraging in bepaalde mijlpalen zoals kruipen.

Wat er bovendien gebeurt, is dat een baby in een loopwagentje beweegt in een patroon dat niet lijkt op het natuurlijke pad naar zelfstandig lopen. Het lichaam “gaat vooruit”, maar zonder dat de baby de tussenstappen hoeft te doen die nodig zijn om kracht, balans en coördinatie op te bouwen.

Wat is dan wél helpend, ook in een druk gezin

Het helpt als we het gesprek minder voeren in termen van goed of fout, en meer in termen van ruilen. Alles wat je een baby aan tijd in een zitje geeft, ruil je in voor tijd op de vloer, en die vloer-tijd is het oefenprogramma dat een baby zelf samenstelt. Uitgenodigd door interessante voorwerpen in de omgeving.

Een paar eenvoudige uitgangspunten kunnen ouders ondersteunen. 

  • Vervoer blijft vervoer, dus de maxi-cosi is voor onderweg en niet voor langdurig zitten in huis. 
  • Als een kind nog niet zelfstandig kan zitten, dan zet je het niet langdurig rechtop in een stoeltje, hoe gezellig het ook lijkt. 
  • De vloer is de basis, op rug en buik, met ruimte om te rollen, te reiken, te duwen en te draaien.
  • Gebruik verschillend speelgoed dat uitnodigt tot bewegen in plaats van stilzitten. Varieren met speelgoed is fijn, omdat het uitlokt dat de baby van houding verandert. De variatie in beweging is precies wat spieren en coördinatie laat groeien.

Voor professionals in geboortezorg, kinderopvang en begeleiding van ouders is het kijken naar mogelijkheden binnen de routine vaak een dankbaar onderwerp. Het helpt ouders om met mildheid naar hun eigen dag te kijken. Veel ouders gebruiken hulpmiddelen niet omdat ze lui zijn, maar omdat ze moe zijn, omdat ze meerdere kinderen hebben, omdat er huishoudens zijn met weinig ruimte, omdat er herstel is na een bevalling, omdat het leven gewoon veel is. Dan helpt het om niet te starten met een afkeuring, maar met een praktische herverdeling, waarin een baby vaker op de vloer of in de box ligt en waarin je samen zoekt naar wat haalbaar en veilig is.

Vrij bewegen is ook leren inschatten

Vakblad Vroeg richt zich op de leeftijd van 0 tot 7 jaar, en dat is precies de leeftijd waarin het lichaam de basis legt voor bijna alles wat later vanzelfsprekend lijkt. Kinderen leren hun lichaam kennen door de fysieke wereld te gebruiken als oefenruimte, en dat begint verrassend vroeg, met de vrijheid om te bewegen. Een baby die veel mag rollen, duwen, draaien en proberen, leert niet alleen spierkracht en coördinatie, maar ook iets fundamentelers: wat het lichaam aankan, hoe je jezelf herstelt, hoe je grenzen voelt, en hoe je de volgende keer net iets slimmer kiest.

Later zie je de voordelen van al dat oefenenterug op het schoolplein en in de gymzaal, wanneer kinderen risico’s inschatten, hun evenwicht bewaren, een sprong durven maken of een klimroute kiezen die bij ze past. Dat soort vaardigheden groeien niet uit instructie alleen, maar uit heel veel fysieke ervaringen waarin proberen centraal staat.

In mijn boek Hoe prikkels (ver)werken bekijk ik dit thema vanuit de zintuiglijke prikkelverwerking, spanning en zelfregulatie. Ik laat daarin zien dat motorische ontwikkeling niet losstaat van gedrag, concentratie en emotieregulatie. Het lichaam is het belangrijkste ‘instrument’ om prikkels te verwerken en om weer tot rust te komen. Een kind dat veel mag bewegen, drukken, duwen, rollen, kruipen, klimmen en vallen en weer opstaan, bouwt niet alleen spieren en coördinatie op, maar ook een steeds verfijnder lichaamsgevoel. Daardoor merkt het eerder wanneer spanning oploopt en welke acties helpen om te ontladen of juist te reguleren. 

Dat werkt door in het dagelijks leven. In drukke omgevingen, met geluid, beweging, verwachtingen en sociale prikkels, kunnen kinderen beter schakelen wanneer ze geleerd hebben wat hun lichaam nodig heeft om te activeren of te kalmeren. Wanneer ze voldoende fysieke ervaringen hebben opgedaan om zichzelf daarin te vertrouwen. 

‘Veel mogen bewegen’ is dus niet alleen een motorisch advies, maar ook een basisvoorwaarde voor zelfsturing, veerkracht en het leren omgaan met prikkels in de wereld om hen heen.

Denk dus goed na voordat je hulpmiddelen gebruikt die de baby rechtop ‘vastzetten’. Vastzetten met veel ondersteuning is nodig omdat de baby zichzelf nog helemaal niet rechtop kan handhaven. Daarmee is duidelijk dat de houding niet natuurlijk is. De baby is er nog niet klaar voor. Een baby hoeft niet zo snel mogelijk ‘rechtop’, een baby heeft vooral ruimte nodig om sterk te worden. En dat kan prima op een deken, of in een box met aantrekkelijke speeltjes om naar te reiken en naartoe te bewegen.

Monique Thoonsen is expert zintuiglijke prikkelverwerking, trainer en pedagoog. Zij is gefascineerd door hoe de zintuiglijke prikkelverwerking loopt, daarom heeft zij zich daarin gespecialiseerd. Zij heeft vijf boeken over het onderwerp geschreven, de laatste is net verschenen: Hoe prikkels (ver-)werken. Monique geeft en bouwt trainingen over wiebel- en friemelgedrag vanuit het bedrijf SensoMatters.

Bronnen en verwijzingen
  • Mulier Instituut (2023) – Kinderen en jongeren bewegen minder en hun motoriek gaat achteruit: https://www.mulierinstituut.nl/publicaties/27440/kinderen-en-jongeren-bewegen-minder-en-hun-motoriek-gaat-achteruit/
  • American Academy of Pediatrics – ‘Out of the container, onto the floor’ (beleid/advies over beperkingen van ‘containers’): https://aap2.silverchair-cdn.com/aap2/content_public/autogen-pdf/cms/4236/4236.pdf
  • BMJ – Studie over locomotorische mijlpalen en babywalkers: https://www.bmj.com/content/bmj/324/7352/1494.full.pdf
  • Health Canada – waarschuwing/beleid rond babywalkers en veiligheidsrisico’s: https://recalls-rappels.canada.ca/en/alert-recall/health-canada-warns-baby-walkers-previously-available-babybubblestoreca-may-pose-risk
  • Uitgeverij Pica – boekpagina Hoe prikkels (ver)werken: https://www.uitgeverijpica.nl/titels/hoe-prikkels-verwerken-pica

Vakblad Vroeg is er voor professionals die werken in de geboortezorg en met kinderen tot zeven jaar en hun ouders. Een abonnement kost slechts €30,- per jaar.

Ontdek ons Vroeg-magazine

Vakblad Vroeg is er voor professionals die werken in de geboortezorg en met kinderen tot zeven jaar en hun ouders. Sleutelwoorden zijn preventie, vroegtijdige onderkenning en vroeghulp. Ons kwartaalmagazine biedt achtergrond en verdieping. Een abonnement kost slechts € 30,- per jaar.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen op het gebied van de geboortezorg en de zorg rond het jonge kind en zijn ouders? Schrijf je dan in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.

"*" geeft vereiste velden aan