Zet bij ‘hoogrisicokinderen’ in op vroege diagnose en gezinsgerichte interventies

0
644

Meer nog dan complicaties bij de geboorte is gebrek aan variatie in beweging een voorspeller van ontwikkelingsstoornissen. Mijna Hadders-Algra, hoogleraar ontwikkelingsneurologie UMCG, pleit voor meer aandacht hiervoor. “De interventie kan dan starten op het moment dat het brein nog plastisch is.” Richt de begeleiding dan vooral op het gezin, bepleit zij. “In het beleid dient de aandacht uit te gaan naar kind en gezin en niet naar exceltabellen met kloppende vinkjes.”

Welke kinderen lopen een hoog risico op een ontwikkelingsstoornis?
“Kinderen met complicaties voor, tijdens of kort na de geboorte hebben een verhoogd risico op ontwikkelingsstoornissen. Bekende voorbeelden zijn kinderen die te vroeg geboren worden en kinderen die bij de geboorte een ernstig zuurstoftekort hadden. Het is echter belangrijk om te beseffen dat veel van deze kinderen later géén ontwikkelingsstoornis hebben. Bovendien heeft het merendeel van de kinderen die wel een stoornis ontwikkelen geen gecompliceerde voorgeschiedenis. Dit maakt vroege opsporing van ontwikkelingsstoornissen ingewikkeld. De voorgeschiedenis is slechts een van de aanwijzingen.”

Wat is in dit verband de betekenis van mijlpalen in bewegen?
“Het gedrag van de baby vertelt ons meer over het risico op een ontwikkelingsstoornis dan de voorgeschiedenis. Van oudsher helpen de zogeheten mijlpalen ons bij het opsporen. Het lastige is echter dat er een enorme variatie bestaat in de leeftijd waarop de kinderen mijlpalen behalen, dat wil zeggen een vaardigheid onder de knie hebben. Zo varieert de leeftijd waarop gezonde baby’s leren lopen van 10 tot 20 maanden. Dit maakt ook, dat het traag bereiken van één enkele mijlpaal zelden klinische betekenis heeft. Maar als het kind traag is in het bereiken van meerdere vaardigheden, is dit zeker een alarmsymptoom.

Bestaat er een relatie tussen variatie in bewegen en het functioneren van de hersenen?
“Jazeker. Met name de laatste jaren realiseren we ons steeds beter dat de variatie in bewegen heel goed de kwaliteit van hersenfunctie van baby’s weerspiegelt. Hoe gevarieerder de bewegingen, hoe gezonder het brein. Het vrijwel of geheel ontbreken van variatie is dan ook een heel goede voorspeller van ontwikkelingsstoornissen.”

Prof. Dr. Mijna Hadders-Algra: “Het accent van vroege interventie ligt tegenwoordig echt bij het gezin”

Hoe kunnen deze kinderen in een vroeg stadium in het vizier van de hulpverlening komen?
“De SINDA, voluit de Standardized Infant NeuroDevelopmental Assessment, leent zich zeer goed voor vroege opsporing. Het is een nieuw instrument dat gemakkelijk te leren is. SINDA bestaat uit drie schalen, een neurologische, een ontwikkelings- en een socio-emotionele schaal. De neurologische schaal, die binnen tien minuten kan worden uitgevoerd, besteedt duidelijk aandacht aan variatie in bewegen. Mede daardoor heeft de schaal een krachtig voorspellende waarde voor ontwikkelingsstoornissen.”

En dan?
“Bij kinderen met een hoog risico op ontwikkelingsstoornissen is het goed dat om direct te kiezen voor een gezinsgerichte aanpak. Begeleidt hen met raad en advies in het omgaan met hun kind zodat het zich zo goed mogelijk ontwikkelt. Een voorbeeld van zo’n programma is het COPCA-programma: COPing and CAring for infants with special needs – a family centred programme, dat we in Groningen ontwikkelden. Een gezinsgericht programma, waarin ouders leren om gedurende het leven van alledag zo goed mogelijk met hun kind om te gaan. Dat is effectiever dan een half uurtje per week interactie tussen een professional en het kind.”

Tijdens de 2021-editie van het Congres Vroegsignalering en Vroeghulp, dit keer online, verzorgt u een presentatie. Wat is de rode draad?
“Dat het weliswaar lastig, maar o zo belangrijk is om op de babyleeftijd ontwikkelingsstoornissen te diagnosticeren. Tegelijkertijd worden we er wel steeds beter in, onder meer aan de hand van de nieuwe kennis over de rol van variatie in bewegingen. Het vroege opsporen van risicobaby’s schept de mogelijkheid al op jonge leeftijd, wanneer het brein nog erg plastisch is, met vroege gezinsgerichte interventie te beginnen.”

Twee congressen voor één prijs! – Schrijf je nu in voor het  Online Congres Vroegsignalering bij baby’s en doe gratis mee aan ons Online Congres Vroegsignalering en Vroeghulp. Of doe voor 1 prijs samen met een collega mee met één van onze congressen.

Hoe luidt uw hartenwens?
“Die is tweeledig. Allereerst hoop ik dat er in de jeugdgezondheidszorg meer tijd en geld beschikbaar wordt gesteld om kinderen met een ontwikkelingsstoornis vroeg op te kunnen sporen. In het verlengde hiervan is ons vak ermee gediend de hulpverlening minder ingewikkeld en minder bureaucratisch wordt. De aandacht dient uit te gaan naar kind en gezin en niet naar exceltabellen met kloppende vinkjes. Daaraan gerelateerd: we moeten meer spreken met en niet over het gezin.”

Programma online congres ‘Vroegsignalering en Vroeghulp >>

Mijna Hadders-Algra is hoogleraar ontwikkelingsneurologie UMCG. Zij is arts en sinds 1981 werkzaam in de ontwikkelingsneurologie.

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here