Loop niet weg van de tranen

0
882

Ik huil zelf het liefste in contact. Dat geldt denk ik voor ons allemaal, al belijden sommigen aan de buitenkant misschien wel dat ze niet hoeven. Of dat ze het liever in stilte doen: laat-me-maar. Zoals ikzelf in een eerder leven deed met Lodewijk, de kat waar ik in de stemmingswisselingen van m’n adolescentie de zolder mee deelde. Een baken van huidcontact en geruststelling. 

De columntekst, uitgesproken door Marilene de Zeeuw zelf, is ook via YouTube te beluisteren, klik hier

Ik vertel dat verhaal vaak aan de mensen die bij me komen met emotionele problemen. Zoals laatst die tiener die niet meer kon huilen in aanwezigheid van anderen. Ik vertel dan over Lodewijk die zichzelf altijd terugtrok op zolder, achter de rollen tapijt en de dozen met lapjes voor verstelwerk. Zelf bakte deze kater er niet zoveel van. Zeker niet nadat hij van het dak was gevallen na een wandeling over de nok van ons rijtjeshuis. Wat ik ook deed, roepen, lokken met hapjes, bozig stampvoeten: hij liet zich niet vermurwen om zich te laten troosten. 

‘Verdriet hoeft niet redelijk te zijn om
troost of aanwezigheid te verdienen’

Mijn tiener van laatst deed exact hetzelfde: eenzaam lijden en nurks afweren. Ik heb er dan direct altijd een plaatje van ouders erbij: machteloos lokken onderaan de trap, roepen, iets lekkers klaarzetten, af en toe de kamerdeur weer eens open, poging tot contact. En dan weer bam, op de gang gezet, want de toon zat er nét naast. Wát een geworstel. Elkaar nét mislopen in de uitwisseling van onmacht en isolement. De muren naar elkaar afbouwen is millimeterwerk, met veel geduld. 

Dan maar beter jong geleerd en oud gedaan: samen huilen, elkaar knuffelen en aanraken. En die gewoonte begint het liefst al direct nét na de geboorte. Echt, je bent zo blij met dit soort samen-huilgewoontes om op terug te vallen. Zeker als ze later in de fase zijn dat ze deuren voor je neus dichtsmijten, dat ze ogen rollen over elk voorstel dat je doet of elke vraag die je stelt. Even oogcontact om dan daarna samen te grinniken om het chagrijn van hiervoor. Of uithuilen in je armen om liefdesverdriet of menstruatiepijn.  

Ik doe er niet gemakkelijk over. Ik weet hoe tergend, slopend, uitputtend en het slechtste in je naar boven brengend een huilende baby kan zijn. Ik ken ze: de ouders die met wallen op hun enkels bij mij naar binnen wankelen en vanuit de zwarte mist van vermoeidheid nauwelijks meer hoop hebben dat het voorbij gaat, het huilen.

Maar eerlijk is eerlijk. Ik huil zelf ook het liefst in contact. Die behoefte is niet voorbij sinds ik volwassen ben. Ik heb goede herinneringen aan de keren dat ik huilde in lieve en geduldige armen over het verlies van kinderen die er van mij wel mochten zijn, m’n vader die er niet meer is, m’n zus die nog een hele taak te vervullen had, maar ook de keren dat ik de vinger er niet op kon leggen. En ik ben lucky: ik ken mensen die dat volhouden, uitzitten en er bij blijven. Die me niet stoppen of afremmen of er met woorden afstand van doen. En dát, dat gun ik alle ouders en kinderen. Daar zal ik me professioneel voor inzetten: zorgverleners helpen om aanwezig te zijn tijdens tranen van ouders én kinderen. Die ouders helpen elkaar te steunen om bij het verdriet van hun kleintje te blijven, samen met hulpouders uit hun netwerk. 

Verdriet hoeft niet redelijk te zijn om troost of aanwezigheid te verdienen. Weten dat mensen bij je zullen blijven op moeilijke momenten maakt veerkrachtig. Het vormt bagage waar je de rest van je leven uit kunt putten. Zo kunnen die kleintjes steeds weer de kwetsbare stap maken als ze zelf groter zijn: de stap naar anderen troosten en je laten troosten.

Marilene de Zeeuw,

Marilene is klinisch psycholoog, Gedragstherapeut VGCt & Infant Mental Health Specialist, docent en columnist

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here