Geef prioriteit aan vaccineren van zwangeren in risicogroepen

0
100

Gezonde zwangere vrouwen hoeven geen prioriteit te krijgen bij het vaccineren tegen het coronavirus. Dit geldt wel als er sprake is van een onderliggende ernstige ziekte. Ook zwangere vrouwen met beroepen waarbij hoge en niet te vermijden expositie aan SARS-CoV-2 voorkomt, dienen prioriteit te krijgen.

De multidisciplinaire werkgroep ‘COVID-19 en Zwangerschap’ heeft het Standpunt ‘Vaccinatie tegen COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed’ gepubliceerd. De werkgroep adviseert niet routinematig te vaccineren. Er zijn twee groepen die hierop een uitzondering vormen.

Ten eerste betreft het zwangere vrouwen met onderliggende ernstige ziekten. Ten tweede gaat het om zwangere vrouwen met beroepen waarbij hoge en niet te vermijden expositie aan SARS-CoV-2 voorkomt en die volgens het Nederlandse prioriteringsschema voor vaccinatie in aanmerking komen.

De werkgroep is verder van mening dat vaccinatie kan plaatsvinden bij vrouwen die borstvoeding geven. En hoewel de werkgroep dit niet propageert, ziet zij vooralsnog geen bezwaar tegen vaccinatie van mannen of vrouwen in de preconceptionele periode bij een kinderwens of vruchtbaarheidsbehandeling. Toekomstige studies moeten de veiligheid definitief bevestigen.

Onderliggende ernstige ziekten 

Vaccinatie heeft prioriteit bij (één van) de volgende aandoeningen:

  • Vrouwen met chronische luchtweg- of longproblemen die onder behandeling van een longarts zijn.
  • Chronische hartpatiënten die daardoor in aanmerking komen voor een griepprik. 
  • Vrouwen met diabetes die slecht ingesteld zijn en/of met complicaties. 
  • Vrouwen met een nierziekte die moeten dialyseren of wachten op een niertransplantatie. 
  • Vrouwen met een verminderde weerstand tegen infecties doordat zij medicijnen gebruiken voor een auto-immuunziekte en vrouwen die een orgaan- of stamceltransplantatie hebben ondergaan. Vrouwen die een bloedziekte hebben. Vrouwen met een verminderde weerstand doordat ze weerstandverlagende medicijnen nemen. Kankerpatiënten tijdens of binnen drie maanden na chemotherapie en/of bestraling. Vrouwen met ernstige afweerstoornissen waarvoor zij behandeling nodig hebben van een arts. Vrouwen die geen milt hebben, of een milt die niet functioneert, lopen geen extra risico op ernstige COVID-19, maar wel op een mogelijke (secundaire) infectie met pneumokokken. 
  • Vrouwen met een hiv- (humaan immunodeficiëntievirus) infectie die (nog) niet onder behandeling zijn van een arts of met een hiv-infectie met een CD4 cluster of differentiation 4 cluster of differentiation 4 getal onder

Werkgroep ‘COVID-19 en Zwangerschap’

Het Standpunt ‘Vaccinatie tegen COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed’ is opgesteld door de multidisciplinaire werkgroep ‘COVID-19 en Zwangerschap’ met afgevaardigden vanuit de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie (NVOG), Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM), Patiëntenfederatie Nederland, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG).

Bekijk voor meer informatie het standpunt van de werkgroep

Bron: nvog.nl

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here