Concrete handvatten voor behandelen van trauma

0
671

Recensie: ‘Het behandelen van trauma bij kinderen en jongeren’ door Anna Foget-Feijth

Dit boek gaat over het behandelen van kinderen die langdurige en vaak meerdere stressbronnen in een gezinssysteem hebben. Het is geschreven voor hulpverleners die met kinderen werken die een complex ontwikkelingstrauma hebben ervaren. Het boek is een heel waardevolle aanvulling op de al bestaande boeken over trauma en hechtingsproblematiek.

Beide schrijvers, Margaret E. Blausteinen Kristine M. Kinniburgh, benadrukken het belang van het systeem om een kind heen, de omgeving waarin een kind opgroeit. Soms kan één risico- of beschermende factor bepalend zijn voor het wel of niet ontwikkelen van complex ontwikkelingstrauma. Ook wordt er met nadruk aangegeven dat het in dit boek niet gaat om een nieuwe behandelmethode of om bestaande methodes te vervangen: het ARC-kader is namelijk bedoeld om op te nemen in bestaande methodes.

De inhoud

Het boek is opgedeeld in vijf delen. Elk deel begint met een inleiding over het betreffende onderwerp.

Deel 1 geeft een overzicht van de gevolgen van trauma op de ontwikkeling van kinderen, de normale ontwikkeling van kinderen, de menselijke reactie op gevaar en de aanpassing aan situaties en/of de omgeving waarin een kind opgroeit. In dit deel wordt ook een model besproken waarmee inzichtelijk wordt gemaakt dat er een wisselwerking is tussen de manier waarop een kind snel in actie komt als er gevaar dreigt en het daarbij behorende streven naar veiligheid en de uitdagingen die dat aan de ontwikkeling stelt. Ook wordt in dit deel het ARC-kader uitgelegd. ARC staat voor Attachment, (Self-) Regulation en Competency (Hechting, (Zelf-)Regulatie en Competentie).

Deel 2 gaat uitgebreid in op de eerste bouwsteen van het ARC-kader: Hechting.
In verschillende hoofdstukken wordt overzichtelijk uitgelegd wat hechting is, het belang van het affect, de afstemming en het consequent reageren van de verzorgers van het kind.

Deel 3 gaat over de tweede bouwsteen: (Zelf-)Regulatie.In de inleiding worden drie voorbeelden gegeven van de functie die gedrag kan hebben voor kinderen. Bepaald gedrag kan een strategie zijn voor een kind om om te kunnen gaan met de situatie waar hij mee te maken heeft. Een cruciale eerste stap in het werken met een kind of een gezin is te proberen de functie van het gedrag te begrijpen. In dit deel worden veel oefeningen gegeven voor het ontwikkelen van vaardigheden die te maken hebben met affect herkennen en het reguleren van affect.

Deel 4 gaat over de derde bouwsteen: Competentie of Vaardigheden.In dit deel wordt de nadruk gelegd op het belang van ontwikkelingsvaardigheden en de invloed van trauma op de diverse ontwikkelingstaken die in verschillende ontwikkelingsfases heel erg belangrijk zijn. Twee domeinen worden hierin aangemerkt als bijzonder relevant voor de veerkracht van jongeren. Domeinen die door stress en traumatische ervaringen sterk beïnvloed kunnen worden. Het gaat hier om de vaardigheid om executieve functies in te zetten om actieve keuzes te maken en om de gezonde ontwikkeling van een persoonlijke identiteit. Dit deel gaat dieper in op het versterken van de executieve vaardigheden en de ontwikkeling van een eigen identiteit.

Deel 5 gaat over het integreren van de traumatische ervaring. Het uiteindelijke doel van de behandeling van kinderen die aan chronisch, complex en vroegkinderlijk trauma zijn blootgesteld is het ontwikkelen van hun vaardigheid om interne en externe hulpbronnen in te schakelen, zodat ze zelf richting aan hun leven kunnen geven en op allerlei gebieden kunnen functioneren en ondertussen zelf doelen kunnen stellen die ze vervolgens ook halen.Dit hoofdstuk bevat de integratie van alle andere bouwstenen die in de voorgaande hoofdstukken besproken zijn.

Werkbladen

Tot slot zijn er veel extra bladen toegevoegd die gekopieerd kunnen worden, zoals educatief materiaal en werkbladen voor verzorgers, groepsactiviteiten, materialen voor gezinsvervangende systemen, werkbladen om met kinderen/jongeren in te vullen/te bespreken.

Hoe is het boek (theoretisch) onderbouwd?

Er wordt op een professionele manier gebruik gemaakt van de ervaringen en wetenschappelijk onderzoek van trauma-experts. De theorie is goed onderbouwd. Verder putten de schrijvers veel uit hun eigen ervaringen door studie en hun klinische carrière. De ondertitel van het boek is: Hoe veerkracht door hechting, zelfregulatie en competenties versterkt kan worden. Dit dekt goed de lading van de inhoud van het boek.

Hoe is de leesbaarheid?

Het boek is overzichtelijk en goed leesbaar geschreven. Elk ‘bouwsteenhoofdstuk’heeft dezelfde indeling wat betreft paragrafen die bij elke bouwsteen weer terugkomen. Dit maakt dat het makkelijk is om iets terug te zoeken en de verschillende bouwstenen aan elkaar te koppelen. Ook wordt duidelijk aangegeven welke onderdelen belangrijk zijn voor therapeuten/hulpverleners, ouders  en andere betrokkenen.

Voor welke doelgroep is het geschikt?

In de inleiding wordt verteld dat het boek geschreven is voor hulpverleners die met getraumatiseerde kinderen werken. Maar hulpverleners wordt hier breder opgevat dan alleen therapeuten. Het boek wordt ook aangeraden voor leerkrachten, huisartsen, medewerkers van residentiële voorzieningen en gezinshuizen.

Wat hebben professionals eraan in de praktijk?

Als je al veel hebt gelezen over trauma en hechting bij kinderen en jongeren, of veel ervaring hebt met het werken met deze doelgroep, dan zal er veel in het boek beschreven worden wat je al weet. Toch blijft het ook dan een heel zinvol boek, omdat er vanuit een andere invalshoek (het ARC-kader) naar de behandeling van trauma wordt gekeken. Daardoor geeft het boek je weer nieuwe inzichten om een andere aanpak te proberen. Ook is het boek heel goed bruikbaar als naslagwerk. Je kunt makkelijk op thema’s zoeken en er staan veel bruikbare tips in, zowel om met de kinderen/jongeren te werken als met ouders/andere betrokkenen.

Het behandelen van trauma bij kinderen en jongeren >>

Anna Foget-Feijth is al 23 jaar groepsleerkracht in het primair onderwijs, waarvan de laatste drie jaar als groepsleerkracht in een ISK (Internationale Schakelklas) voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Hier krijgen vluchtelingen- en migrantenkinderen één tot twee jaar NT2 onderwijs, voordat ze doorstromen naar het reguliere basisonderwijs. Ook is Anna Master Pedagoog i.o. Tijdens deze studie doet zij onderzoek gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling van vluchtelingen- en migrantenkinderen met trauma en hechtingsproblematiek en hoe onderwijsprofessionals zo goed mogelijk met deze doelgroep om kunnen gaan. Daarnaast heeft Anna in 2018 de train-de-trainer ‘Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen’ afgerond en is zij nu gecertificeerd trainer van deze training.

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here