Behandelen van eetproblemen vraagt om klein te kijken

0
1574

Eetproblemen zijn van alledag, de aard ervan wordt door vele invloeden bepaald. Phineke Tielenius Kruythoff geeft aan dat één ervan te wijten is aan de tegenstrijdige manier waarop met voeding wordt omgegaan. “In de eerste maanden gaat alle aandacht uit naar voldoende inname van voeding, maar na  verloop van tijd keert het tij in dat advies.” Bij het behandelen adviseert zij oog te hebben voor de context. “De ervaringen van een gezin en de invloed van adviezen op verschillende lagen heeft soms meer invloed dan je denkt, ook op lange termijn.”

Phineke Tielenius Kruythoff: “Ouders moeten voortdurend laveren tussen wat de maatschappij van hen verlangt, hun eigen ervaringen en de behoefte van hun jonge kind”

Vanaf onze geboorte leren we door plaatjes van ervaringen op te slaan en er betekenis aan te geven.  Deze plaatjes of representaties worden gevormd door een veelheid aan ervaringen en invloeden op verschillende niveaus. Bij eten, een dagelijkse universele noodzaak, spelen deze representaties soms een allesbepalende rol.

Verwarrend

Wat Phineke verbaast is dat de focus op het eten de eerste tijd na de geboorte totaal verschilt van die na pakweg het eerste levensjaar. “Direct na de geboorte richt de aandacht zich vrijwel continue op hoeveel een kindje drinkt en conform de richtlijnen in gewicht toeneemt. Later, eigenlijk al vrij snel  in een jong leven van een kind, popt de waarschuwing op dat overgewicht op de loer ligt en bestreden moet worden. Dit is voor zowel het kind als de ouders verwarrend. Vaak wordt in waarschuwende zin gezegd dat een kind vooral niet te veel moet eten. Daarin zit een tegenstrijdigheid en dat maakt ouders onzeker. Gezondheid luistert dus heel nauw. En elkaar begrijpen in de juiste context is daarin van essentieel belang. Ouders moeten voortdurend laveren tussen wat de maatschappij van hen verlangt en de behoefte van hun jonge kind. Juist om dreigende obesitas in de kiem te smoren, is het beter om het voedingsgebeuren minder ‘groot’ te maken. Een kind kan heel goed zelf in zijn eerste levensjaar aangeven wanneer het genoeg heeft gegeten of gedronken. We moeten die natuurlijke capaciteit van elk kind niet onnodig verstoren.”

Beleving

Phineke benadrukt dat dit van gezin tot gezin kan verschillen. “Het maakt nogal uit op welke manier een jong kind gevoed wordt. Daar hangt vaak een hele geschiedenis aan vast. Neem reflux. In een gezin met een te vroeg geboren kindje is het teruggeven van een mondje voeding vaak direct heel spannend. Het wordt dan vaak beleefd als een zaak van leven en dood.  Ouders hebben een totaal andere beleving bij zo’n fragiel kindje. Na een of zelfs twee jaar kunnen zij nog steeds denken ‘er moet genoeg in’. Bij een kindje met een gemiddeld geboortegewicht speelt dat ook, maar veel minder.”

Context

In dit verband drukt Phineke hulpverleners op het hart om bij het behandelen van een baby, peuter of kleuter met een eetprobleem naar de context te kijken en je niet sec te houden aan de richtlijnen van bijvoorbeeld het voedingscentrum. “Ook bij een zesjarig kind is het nog steeds relevant om te vragen hoe de zwangerschap, de bevalling en het eten in het eerste levensjaar verliep. Waren er bijvoorbeeld zorgen over het gewicht van dit kind. En wat voor normen en waarden heeft het gezin. Hoe zit het met de culturele identiteit? Is eten een kwestie van status of van gezondheid? Als hulpverlener kun je hier met  een open, nieuwsgierige blik op inspelen. Door als het ware heel klein te kijken, ontdek je hoe een kind met een eetprobleem hierdoor gevormd is. Heb ook oog voor je eigen rol daarin en wees je bewust van de invloed van je eigen woordkeuze en adviezen. Je eigen representaties kennen is de basis voor effectieve ondersteuning. Zeker als je je daarbij realiseert dat je niet weet hoe de representaties van de ander eruit zien. Probeer daar eerst de vinger op te leggen. Laten we vooral nieuwsgierig zijn en er voor het gemak vanuit gaan dat we helemaal niet weten hoe een onderwerp bij de ander speelt.”

‘We moeten die natuurlijke capaciteit van
elk kind niet onnodig verstoren’

Drie niveaus

Tijdens het online congres ‘Eetproblemen bij jonge kinderen’ op 9 september  gaat Phineke dieper in op het belang van representaties in dit verband. “Daarbij zal ik ingaan op de drie niveaus die je hierbij kunt onderscheiden., micro, meso en macro. Het microniveau staat voor het eigen individu en de directe omgeving, denk aan je ouders, brusjes en de gezinscultuur. Meso gaat over de omgeving buitenshuis zoals school, kinderdagverblijf en familieleden. En op macroniveau hebben we het bijvoorbeeld over gemeentelijke besluiten. Die drie lagen beïnvloeden elkaar en spelen een rol bij het ontwikkelen, begeleiden én het oplossen van een eetprobleem.” Vooraf vraagt de ze de deelnemers bepaalde producten in huis halen. “Ik zal hen dan uitnodigen om stil te staan bij wat voor herinneringen of associaties men zelf bij deze producten heeft. Door dit te doen, word je je gewaar van je eigen representaties. Daardoor kun je naar iets, wat ogenschijnlijk simpel en basaal lijkt als voeding, meer betekenisvol gaan  kijken. Door juist kleiner te kijken, zal ieders horizon verbreden. Dit draagt dat bij aan een open, deskundige en nieuwsgierige houding.”

Ja, ik heb belangstelling voor dit online congres >>

Phineke Tielenius Kruythoff is verpleegkundige, klinische ontwikkelings- en levenslooppsycholoog (i/o) en Infant Mental Health specialist.Ze is hoofdopleider van de IMH-opleidingen van de RINO Groep. Phineke is daarnaast inhoudelijk coördinator van stichting MeeleefGezin. Tevens zit ze in de redactie van Vakblad Vroeg en is ze bestuurslid van de DAIMH (Dutch Association Infant Mental Health).

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here