Ankerpunten binnen ouder-kindpsychotherapie bij traumatische ervaringen

0
482

Recensie ‘Blijf van mijn mama af!’ door Sofie Creemers

‘Blijf van mijn mama af!’ is de vertaling van het Engelstalige ‘Don’t hit my mommy!’, een basiswerk betreffende ouder-kindpsychotherapie (CPP, child-parentpsychotherapy). In dit prachtige werk van de  gerenommeerde auteurs Lieberman, Ghosh Ippen en Van Horn, krijgen we theoretische inzichten en praktische handvatten voorgeschoteld om als therapeut aan de slag te gaan met ouders en hun jonge kinderen die slachtoffer of getuige waren van geweld of andere traumatische gebeurtenissen. Een absolute aanrader voor elke professional die werkt met deze doelgroep. 

Het boek biedt een kader en houvast om de ouder-kindpsychotherapie vorm te geven, al wordt er ten zeerste benadrukt dat CPP géén protocollair of stapsgewijs plan is. CPP beoogt immers net om therapeutische interventies heel erg op maat van het ouder-kindpaar in kwestie af te stemmen.

Inhoud in vogelvlucht

Het eerste deel van dit boek neemt ons mee in de theoretische achtergronden en basisaannames achter deze behandelvorm. In het tweede luik worden de drie grote fasen die binnen CPP te onderscheiden zijn (startfase, interventiefase en afronding) uitgebreid weergegeven, met sprekende illustraties van regelmatig terugkerende casusvoorbeelden. We lezen hoe de CPP-therapeuten, samen met de zorgfiguren, ook rechtstreeks naar het kind toe een duidelijk (trauma)kader uitleggen, waarin de traumatische gebeurtenis, de gedragsmatige gevolgen voor het kind/de ouder in kwestie, en de therapiedoelen gelinkt worden. We krijgen ook de kans om iets op te steken van de leerprocessen van beginnende therapeuten.

De interventiefase wordt zorgvuldig uitgewerkt met onder meer twaalf klinische domeinen die de focus van interventie kunnen zijn (vb. spel, sensomotorische ontregeling, …), aangevuld met concrete toegangspoorten (vb. ouder helpen in spel een beschermende rol in te nemen, samen met de ouder manieren vinden om het kind te helpen reguleren, …).

Een derde deel van het boek, getiteld ‘Bewaken van getrouwheid aan ouder-kindpsychotherapie’, geeft zes belangrijke elementen weer waar je in elk CPP-traject best rekening mee houdt (o.a reflectief nadenken over wat dit werk met jou als therapeut doet, emotionele reacties van alle gezinsleden proberen accepteren en steunen, rekening houden met beide kanten van de dyade, het traumakader in acht nemen, …). Daarnaast is er aandacht voor de implicaties die dit heeft voor supervisoren en organisaties die deze behandeling willen aanbieden. In een vierde deel wordt er aandacht besteed aan casemanagement en worden suggesties gedaan hoe te voorkomen dat situaties waarin mogelijks sprake is van kindermishandeling of voogdijproblemen ten koste van het therapeutisch proces gaan. In het vijfde en laatste deel wordt CPP tenslotte nog eens vergeleken met andere behandelvormen.

Met twee brillen schrijven aan twee verhalen

Ouder-kindpsychotherapie (CPP) is een op relatie gebaseerd, traumasensitief behandelmodel. In CPP draagt de therapeut zowel een gehechtheidsbril als een traumabril. Op die manier kunnen we beter het effect van trauma op de ouder-kindrelatie begrijpen en de relatie opnieuw versterken. Zo kan die relatie dan weer fungeren als beschermend mechanisme voor het kind, om angst en ontregeling bij traumareminders te hanteren. In deze therapievorm wordt de beangstigende gebeurtenis niet uit de weg gegaan en krijgt het traumaverhaal openlijk en duidelijk een plaats. Daarnaast wordt er eveneens geschreven aan een nieuw verhaal, een verhaal van bescherming, door het werken aan veiligheid en herstel.

Invloed van trauma op ouder-kindrelatie

Een jong kind verlangt naar nabijheid en veiligheid, en hoopt dat vooral te vinden bij zijn ouders. Wanneer een kind in de eerste levensjaren al een traumatische gebeurtenis moet doormaken, waarin hij ervaart dat de ouder niet in staat was om hem te beschermen, of misschien zelfs de bron van gevaar was, wordt dat veilige gevoel aardig door elkaar geschud. Veel verwarrende beelden, overweldigende sensaties en het onvermogen deze te stoppen, maken dat jonge, preverbale kinderen niet tot een coherent verhaal kunnen komen over de beangstigende gebeurtenis. Traumareminders (voordien neutrale prikkels die nu beladen worden, omdat ze het kind doen denken aan het trauma) roepen hevige reacties op bij kinderen. Deze reacties worden door ouders soms niet of verkeerd begrepen, wat wederom invloed heeft op de ouder-kind relatie.

Het komt soms voor dat deze kinderen niet langer laten merken dat ze hulp nodig hebben, omdat ze ervanuit gaan dat die niet komt. Hun hechtingssysteem, dat hulpzoekend gedrag zou moeten inzetten op momenten van spanning en angst, wordt als het ware gedeactiveerd. Ze gaan roekeloos gedrag stellen en grenzen aftasten, wat dan vaak gezien wordt als ‘negatief aandachtzoekend gedrag’, maar eigenlijk een impliciet zoeken is naar bescherming, in de hoop op een betere afloop dan voorheen (‘gaan ze me nu wel beschermen, zorgen dat ik me geen pijn doe, …’).

Er gaat in dit boek eveneens veel aandacht naar de beleving en het empathisch begrijpen van de betrokken ouders. Dat is mooi, want zo ligt de focus écht op beide kanten van de dyade. Niet zelden hebben ouders van deze kinderen zelf ook een hele bagage mee, die kleurt hoe zij de gedragingen van hun eigen kinderen zien en hoe ze eventuele signalen van gevaar interpreteren. Begrippen als ghosts en angels in the nursery krijgen hier een zeer belangrijke rol. Ouders die ook traumatische ervaringen hebben meegemaakt, hebben zélf vaak moeite met het reguleren van hun eigen sterke emoties en angst. Dan is het heel begrijpelijk dat ze het soms ook moeilijk vinden om adequaat en sensitief te reageren op heftige emoties van hun kind.

Geruststellende verwachtingen

Na de ouder-kindpsychotherapie wil je met het gezin in kwestie bekomen dat het beeld van de wereld als onveilige, onbetrouwbare plek, plaats maakt voor geruststellende verwachtingen. Je hoopt dat kind en ouders leren dat stressvolle lichamelijke ervaringen ook weer verlicht kunnen worden, al dan niet met hulp van anderen; dat volwassenen het kind wil/kan beschermen; dat het kind weet dat het niet verantwoordelijk is voor nare gebeurtenissen; en vooral dat er ook weer plezier en hoop in het leven mag zijn. Manieren om hiertoe te komen zijn o.a. het bevorderen van sensitief responsief reageren ten aanzien van signalen, veilig lichamelijk contact, spel en taal om gevoel en werkelijkheid woorden te geven.

Doorheen het boek is er veel aandacht voor de therapeut als persoon, zijn/haar eigen kwetsbaarheden, groeiprocessen, veiligheid, tegenoverdrachtelijke gevoelens en het belang van zelfzorg in dit werk.

Aanrader voor professionals

Het is niet gemakkelijk zo’n uitgebreid en relevant werk beknopt samen te vatten. Er zijn ontzettend veel waardevolle ideeën uitgewerkt in deze handleiding. Voor elke professional die aan de slag gaat met jonge kinderen (0-5 jaar) die getuige of slachtoffer waren van geweld of andere traumatische ervaringen zoals pijnlijke ziektes of medische behandelingen is het dan ook zeer aan te raden dit werk een vaste plek in de boekenkast te geven. Hetzelfde geldt voor hulp aan gezinnen waarbij de relatie tussen ouder en kind negatief beïnvloed wordt door moeilijke omstandigheden zoals psychische problemen, verlieservaringen, chronische stress of andere bronnen van mismatch.

Vormgeving

Het boek is praktisch in gebruik, met hoofdstukken die duidelijk afgebakend en aangegeven zijn. In het oog springende kaders onderscheiden casusvoorbeelden van de basistekst en belangrijke boodschappen worden duidelijk in de verf gezet door opsommingen en kleurschakeringen. Als bijlagen worden tabellen meegegeven die de belangrijkste punten samenvatten en toelaten onder meer het verloop van de therapie, mogelijke valkuilen, en aandachtspunten af te vinken of te beoordelen om zo je therapeutisch proces te evalueren en goed vorm te kunnen geven. Het boek bevat tevens een unieke code die toegang geeft tot een online versie van het boek, inclusief extra’s.

Blijf van mijn mama af! >>

Sofie Creemers is klinisch psycholoog (K.U.L.), Infant Mental Health deskundige (RINO Vlaanderen) en praktijkspecialist Perinatale geestelijke gezondheidszorg (i.o.). Momenteel is ze in Vlaanderen werkzaam als eerstelijnspsycholoog voor ‘1 Gezin 1 Plan’ en als psycholoog voor Yuneco Connect, een programma dat inzet op vroegdetectie en vroeginterventie. Binnen deze twee functies focust ze op de doelgroep infants. Daarnaast heeft ze ervaring als psycholoog in onder meer moeder-kindafdelingen (pediatrie, neonatologie, …) van meerdere ziekenhuizen en in de infantpsychiatrie.

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here