Biedt beginnende en ervaren professionals nieuwe inzichten.
Tijdens een regulier contactmoment op het consultatiebureau lijkt Elena (2 jaar en 4 maanden oud) zich anders te ontwikkelen dan leeftijdsgenootjes. Daarom is een vervolgafspraak bij u ingepland. Wat kijkt u na in het digitaal dossier? Wat is uw differentiaaldiagnose bij een atypische ontwikkeling?
Met zo’n herkenbare casus opent elk hoofdstuk van het boek Probleemgeoriënteerd denken in de jeugdgezondheidszorg (Boom uitgevers). Na een korte introductie over de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en haar rol in preventie volgen vijftien hoofdstukken, elk opgebouwd rond een casus.
De kracht van dit boek zit in de opzet: tientallen vragen per casus zetten je zelf aan het denken, waarna telkens een concreet en praktisch antwoord volgt. Geen lange theoretische uitweidingen, maar adviezen die je direct in de spreekkamer kunt toepassen. Het leest bijna als een e-learning in boekvorm, en dat werkt verrassend prettig.
Ook de vormgeving draagt bij: overzichtelijke lijstjes, heldere tabellen en ondersteunende illustraties. Zo is er een visualisatie van de gevolgen van obesitas die goed inzetbaar is in gesprekken, en een intake-tabel voor nieuwkomerskinderen die direct bruikbaar is in de praktijk.
De hoofdstukken zijn los te lezen en met circa twintig pagina’s per casus precies lang genoeg om te verdiepen, maar kort genoeg voor een vrij uurtje. Vijftien veelvoorkomende onderwerpen passeren de revue: van een peuter die niet goed luistert tot een jongere met slaapproblemen. Voor iedereen die met kinderen en ouders werkt, zijn deze situaties herkenbaar.
Aan het einde van elk hoofdstuk is een literatuurlijst te vinden. Een klein nadeel vind ik dat er in de tekst niet direct gerefereerd wordt naar de bronnen die worden gebruikt. Hierdoor weet je niet uit welke bron de informatie komt.
Zelf werk ik al ruim vijftien jaar als jeugdarts, en toch bood dit boek mij nieuwe inzichten. In het hoofdstuk over een peuter met een ontwikkelingsachterstand leerde ik bijvoorbeeld dat veel dysmorfe kenmerken pas ná het tweede levensjaar goed zichtbaar worden. Ook werd ik me bewust dat een algemene vraag als “Hoe gaat het met de ontwikkeling van uw kind?” vaak te vaag is, terwijl meer gerichte vragen (“Wat heeft uw kind nieuw geleerd de afgelopen weken?” of “Wat kan uw kind waar u trots op bent?”) rijkere gesprekken opleveren.
Kortom: dit boek is niet alleen nuttig voor startende JGZ-professionals, maar ook voor ervaren collega’s. Sterker nog: eigenlijk is het waardevol voor iedere (zorg)professional die bijdraagt aan de gezondheid en ontwikkeling van kinderen van 0 tot 18 jaar.
Recensie: Rosanne van der Lugt, jeugdarts
Linders, M., Boonen-Stael, H., & Dogger, L. (Eds.). (2025, maart).
Probleemgeoriënteerd denken in de jeugdgezondheidszorg (336 pp.)
Amsterdam: Boom. ISBN 978-9024465125.

