Hersenonderzoek naar ontwikkeling van autisme bij jonge kinderen

0
368

Welke afwijkingen in het functioneren van de hersenen gaan aan autisme bij jonge kinderen vooraf? Nieuw Europees onderzoek is gestart om deze vraag te beantwoorden. Dit gebeurt door middel van MRI-scans tijdens de slaap. Het onderzoek vindt plaats voordat de symptomen zich voordoen of wanneer deze net naar voren zijn gekomen. “We willen als het ware onder de motorkap kijken”, vertelt professor dr. Jan Buitelaar. In een ander onderzoek wordt de invloed van de sociale omgeving op de hersenontwikkeling onderzocht. Beide onderzoeken moeten meer inzicht  geven in de processen die leiden tot autisme. 

Er is nog onvoldoende inzicht in de processen die aan de basis staan bij de ontwikkeling van autisme in de eerste jaren na de geboorte. “Jonge kinderen zijn doorgaans te beweeglijk om stil te liggen in een scanapparaat”, vertelt Buitelaar op autisme.nl. “Daarom gaan we ze scannen terwijl ze slapen in de scanner. We willen een hypothese toetsen bij jonge kinderen, om te kijken of er biologische aanwijzingen zijn voor autisme.”

Scanapparaat

Het Radboudumc is één van de vijf Europese centra die aan het onderzoek meedoet. Ook Karakter participeert.  In totaal zullen 400 kinderen worden onderzocht, waarvan 100 in Nijmegen. Gezocht wordt naar kinderen van 3 tot 4,5 jaar met de diagnose autisme en een controlegroep van kinderen zonder autisme. Ze krijgen een MRI-scan als ze slapen, deze scan wordt herhaald in de leeftijd van 4 tot 5,5 jaar zijn. Als ze 6 jaar zijn volgt nog een onderzoek naar hun functioneren. “Een ambitieus project”, aldus Buitelaar. “Want hoe krijg je jonge kinderen zover om vrijwillig in zo’n scanapparaat te gaan liggen? ,,We hebben een verhaaltje bedacht, met twee poppen. Zij vragen in een filmpje: ‘Ga jij met ons mee op reis door jouw brein? Kom, dan gaan we dit ruimteschip in!’.”

Biologische afwijkingen

Buitelaar wijst erop dat bij sommige kinderen de taalontwikkeling ineens veel beter wordt als ze 5 jaar zijn en bij andere kinderen verslechtert als ze ouder worden. “Welke plekken op de hersenschors zijn dunner? En zijn biologische afwijkingen gekoppeld aan de ernst van het autisme? In het onderzoek nemen we ook ADHD, epilepsie en verstandelijke beperking mee. We willen weten hoeveel invloed de omgeving van het kind heeft, en wat de invloed is van de genetische aanleg.”

Invloed sociale omgeving

Biologische aanleg is een gegeven, maar omgevingsfactoren zoals de afstemming tussen ouder en kind hebben wel degelijk invloed. “Een gunstige of minder gunstige omgeving bepaalt bijvoorbeeld hoe erg de verstandelijke beperking wordt. Daar komen we steeds meer achter.” In het tweede onderzoek wordt daarom de invloed van de sociale omgeving op de hersenontwikkeling onderzocht “Bij baby’s die naar gezichten kijken, zie je op een EEG een soort golfbeweging in de hersenen. Bij kinderen met autisme zit daar een vertraging in”, weet Buitelaar. ,,Wij vermoeden dat dat het sociale gedrag van een jaar later voorspelt. Zulk soort biologische aanwijzingen willen we toetsen bij kinderen zonder erfelijke aanleg voor autisme.”

Ouder-kind interactie optimaliseren

Gezocht wordt naar het ideale prikkelniveau. “Als een kind overprikkeld is, neemt het niks meer waar en kan hij of zij niet leren. Maar als er helemaal geen interactie is evenmin. Wat zijn de optimale stimuli? We geven ouders laagdrempelige tips om de interactie met hun kind te optimaliseren. Op jonge leeftijd is er nog genoeg plasticiteit in de hersenen van kinderen. Daarom is een vroege diagnose zo belangrijk. Met het verbeteren van ouderlijke sensitiviteit leren we ouders hoe ze bij kunnen sturen.”

Meedoen?

Kinderen met een broer of zus met autisme, hebben 15 tot 20 procent meer kans om zelf ook autisme te hebben. “We willen in het onderzoek ook kinderen betrekken waarover de ouders of het consultatiebureau zich zorgen maken, bijvoorbeeld omdat de ontwikkeling niet helemaal volgens verwachting verloopt.”

Ken je gezinnen met een kind (tussen 2,5 en 4,5 jaar met of zonder een autisme diagnose) dat wil meewerken aan deze wetenschappelijke onderzoeken? Neem dan contact op met het Radboudumc via: pip@donders.ru.nl. Meer informatie vind je op de website van Karakter.

Bron: autisme.nl

 

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here