Relatie mediagebruik en ADHD kent veel witte vlekken

0
223
maak allerkleinsten tijdig mediawijs

De diagnose ADHD wordt steeds vaker gesteld. Veel zorgverleners, wetenschappers en ouders vermoeden dat de toename van het mediagebruik hierin een rol speelt. Er is inderdaad een relatie tussen het beeldschermgebruik van kinderen en ADHD-gerelateerd gedrag, maar die is statistisch klein.

Dat blijkt uit een uitgebreide review van de bestaande wetenschappelijke literatuur op dit terrein, uitgevoerd door onderzoekers van het Center for research on Children, Adolescents and the Media (CcaM) van de UvA. Het beschikbare bewijs wijst op een statistisch kleine relatie tussen mediagebruik en ADHD-gerelateerd gedrag.

Oorzaak of gevolg?

Het onderzoek tot dusver duidt er ook op dat individuele verschillen tussen kinderen – zoals gender of agressieve trekken –  deze relatie mogelijk beïnvloeden. “In het onderzoek tot nu toe is nog maar weinig aandacht uitgegaan naar causaliteit in de relatie tussen mediagebruik en ADHD”, vertelt Beyens. “Hierdoor blijft het onduidelijk of mediagebruik een oorzaak of juist een gevolg is van ADHD-gerelateerd gedrag bij kinderen, of beide.” Ook is volgens de onderzoeker aandacht nodig voor de rol van gewelddadige media-content en pacing – het tempo van media-content – in het ontstaan van ADHD-gerelateerd gedrag. Hetzelfde geldt voor associaties tussen verschillende soorten mediagebruik en executieve vaardigheden die worden gelinkt aan ADHD-gerelateerd gedrag, waaronder werkgeheugen, inhibitie en aandacht.

Individuele verschillen cruciaal

Daarnaast is het, door te kijken naar leeftijdsverschillen en dispositionele en sociale gevoeligheid, volgens de onderzoekers van belang dat verder bewijs wordt vergaard voor mogelijke verschillen in gevoeligheid voor media-effecten op ADHD. De ontwikkeling van een kind, zijn of haar disposities zoals het karakter en de sociale context waarin het opgroeit, zijn van invloed op het soort media (en het soort media-content) die het kind gebruikt en hoe het hierop reageert. “Die individuele verschillen zijn cruciaal om te kunnen bepalen wie vooral gevoelig is voor media-effecten en wie niet. Alleen met meer empirisch onderzoek wordt het mogelijk om de media-ADHD-relatie beter te begrijpen”, besluit Beyens.

Aanbeveling

De onderzoekers pleiten in het wetenschappelijke tijdschrift ‘Proceedings of the National Academy of Sciences’ (PNAS) voor een systematische reeks van empirische studies naar de relatie tussen mediagebruik en ADHD. Volgens hen moet de aandacht zich vooral richten op causaliteit, onderliggende mechanismen en individuele verschillen in gevoeligheid.

Over het onderzoek

CcaM-onderzoekers Ine Beyens, Patti Valkenburg en Jessica Taylor Piotrowski wilden helder krijgen waar we nu staan qua kennis om zo het toekomstige onderzoek verder te brengen. Hiertoe deden zij een systematische review van vier decennia wetenschappelijke literatuur over de relatie tussen het mediagebruik van kinderen en adolescenten en ADHD-gerelateerd gedrag (zoals aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit). De onderzoekers maakten gebruik van het Differential Susceptibility to Media effects Model (DSMM) als theoretische lens om de bestaande literatuur systematisch te organiseren, mogelijke tekortkomingen in de literatuur in kaart te brengen en richtingen aan te wijzen voor toekomstig onderzoek.

Screen media use and ADHD-related behaviors: Four decades of research >

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here