Nieuwe JGZ-richtlijn ondersteunt signalering en behandeling heupdysplasie

0
1017
JGZ-richtlijn Heupdysplasie

De nieuwe JGZ-richtlijn Heupdysplasie, ontwikkeld door de Universiteit Twente en TNO, geeft informatie over de signalering van deze aandoening. Daarnaast biedt de richtlijn handvatten voor het handelen bij contactmomenten met kinderen en ouders. De richtlijn is inhoudelijk geautoriseerd door de AJN, V&VN vakgroep Jeugd en NVDA, en randvoorwaardelijk door ActiZ Jeugd en GGD GHOR Nederland.

De nieuwe JGZ-richtlijn geeft handvatten voor het handelen van jeugdgezondheidszorg (JGZ)-professionals tijdens contactmomenten met individuele kinderen van 0 tot 18 jaar en hun ouders. Onbehandeld kan heupdysplasie leiden tot ernstige invaliditeit en vroege coxartrose (slijtage van de heup). Daarom is vroege opsporing en tijdige behandeling essentieel en de JGZ heeft hierin een belangrijke rol.

Developmental Dysplasia of the Hip

Internationaal wordt sinds begin jaren ‘90 van de twintigste eeuw in plaats van de term ‘heupdysplasie’ de term ‘Developmental Dysplasia of the Hip’ (DDH) gebruikt om het dynamische karakter van de aandoening te benadrukken. In de richtlijn wordt de Engelse afkorting DDH gehanteerd. Deze afkorting wordt ook door orthopeden en radiologen in Nederland gebruikt. Eenheid van taal is wenselijk wanneer verschillende zorgverleners samenwerken rondom een kind met (mogelijke) DDH. In de communicatie met ouders wordt de term heupdysplasie (met of zonder luxatie) gebruikt.

Onbehandeld kan DDH leiden tot ernstige invaliditeit en vroege coxartrose (slijtage van de heup). Daarom is vroege opsporing en tijdige behandeling essentieel. Late behandeling (voor DDH met luxatie na de leeftijd van 3 maanden, voor DDH zonder luxatie na de leeftijd van 6 maanden) is meestal langduriger, invasiever en minder effectief dan vroegtijdige behandeling.

Signalering, verwijzing, begeleiding en nazorg

De JGZ heeft een unieke positie binnen de Nederlandse gezondheidszorg. Daarmee is zij bij uitstek geschikt de opsporing van heupdysplasie uit te voeren. In Nederland bestaan op dit moment echter de nodige verschillen in signalering van zuigelingen met heupdysplasie. Er worden verschillende definities gebruikt voor risicofactoren, terwijl signaleringsinstrumenten niet uniform worden toegepast. Ook ontbreekt het aan eenduidig beleid over wanneer en naar wie moet worden doorverwezen. Naast signalering en verwijzing kan de JGZ ook een rol spelen bij de begeleiding en nazorg van kinderen met heupdysplasie. Deze richtlijn zal JGZ-professionals bij deze taken ondersteunen.

Richtlijnenwebsite

Bekijk en download de richtlijn op de JGZ-richtlijnenwebsite van het NCJ. Daarnaast biedt het NCJ ondersteuning bij het implementeren van nieuwe richtlijnen in de praktijk middels een implementatietoolkit en het netwerk van JGZ-implementatiefunctionarissen. Binnenkort zal ook een implementatietoolkit voor de nieuwe JGZ-richtlijn Heupdysplasie verschijnen  op de richtlijnenwebsite.

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here