Mishandelde kinderen hebben zélf een verhaal

0
700

“Beter communiceren is dé manier om slachtoffers van kindermishandeling tijdig in het vizier te krijgen”, benadrukt Marike van Gemert. “Hoe eerder je het zichtbaar maakt en de juiste hulpverlening inzet, hoe groter ook de kans op herstel. Je voorkomt dan dat het escaleert en verkleint de kans op blijvende gevolgen.”

Marike van Gemert adviseert professionals om zorgvuldig het gesprek aan te gaan bij een vermoeden van misbruik of mishandeling van een jong kind. “Blijf bij signalen niet hangen in twijfels”, luidt haar devies. “Zoek contact met collega’s, deskundigen en Veilig Thuis. Communiceer de concrete zorgen die je hebt over het kind.”

Bespreekbaar maken
Minstens zo belangrijk is het volgens haar om je zorgen met de ouders te bespreken. Van Gemert erkent dat menig professional dit als moeilijk kan ervaren. “Toch doen”, benadrukt zij. “Vraag zo nodig advies aan Veilig Thuis, dan kunnen de medewerkers met je meedenken hoe je dat gesprek aan gaat. Of volg een cursus of training. Dat kan ook zorgen voor meer zelfvertrouwen in de gesprekken.” Angst voor geweld van de kant van ouders vormt in de praktijk nog al eens een drempel om een vermoeden op tafel te leggen. Ten onrechte, vindt Van Gemert. “Meestal is er geen acuut gevaar in de zin dat een hulpverlener fysiek bedreigd wordt. Wanneer het je lukt om naast de ouder te blijven staan in plaats van het conflict op te zoeken, is er vaak heel goed een gesprek mogelijk.”

Praat met het kind
Een aspect dat echt meer aandacht verdient is praten met kinderen zelf. “Dat gebeurt veel en veel te weinig, terwijl juist het kind centraal zou moeten staan. Helaas gaat meestal vrijwel alle tijd en aandacht uit naar de ouders. Op zich logisch, want daar moet iets gebeuren op het gebied van gedragsverandering. Maar daarnaast hebben kinderen ook zélf een verhaal. Zij moeten de gelegenheid krijgen om dit in alle rust te vertellen. Bovendien hebben zij vaak een eigen vraag richting hulpverlening en het is een gemiste kans indien daar geen invulling aan wordt gegeven. Te meer daar een kind vaak wel ideeën heeft over wat er moet gebeuren in zo’n gezin.”

Koetjes en kalfjes
In het gesprek met de hulpverlener kan een kind in eerste instantie compleet gesloten zijn. De vraag is dan hoe kun je het ijs kunt breken. Van Gemert adviseert te beginnen met koetjes en kalfjes. “Vraag gewoon eens hoe het gaat en probeer op die manier een beetje contact te maken. Dat is een eerste opening voor een gesprek. Vervolgens komt er vanzelf wel een moment waarop je kunt doorvragen. Bijvoorbeeld door aan te geven wat je aan het kind ziet en of dat klopt. Een andere relevante vraag is hoe men ervoor kan zorgen dat het kind zich weer veilig voelt. Natuurlijk hangt het van de leeftijd af in hoeverre je een kind er actief bij kunt betrekken, maar geef het als het ook maar even kan hiertoe de gelegenheid.”

Adequaat reageren
Ook bij het afsluiten van de hulpverlening is het volgens Van Gemert belangrijk om te weten of het kind ervaart dat het beter gaat. Van belang is ook  in de gaten houden of men niet snel terugvalt in de situatie van daarvoor. “Waar het mij om gaat is dat kinderen die onveilig opgroeien eerder opgemerkt worden. Plus een eigen positie krijgen, vanaf het moment van signaleren tot en met de hulpverlening. Adequaat reageren kan er juist bij jonge kinderen voor zorgen dat zij toch zo gezond mogelijk opgroeien.”

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here