Maak ziekenhuisbezoek draaglijker voor jong kind

0
706
peuter krijgt injectie

Zelfs kleine ingrepen kunnen voor jonge kinderen bij een behandeling in het ziekenhuis grote psychische gevolgen hebben. Kinderartsen in Amsterdam en Maastricht proberen angst en pijn bij de kinderen bij een behandeling in het ziekenhuisbezoek weg te nemen. Daar is soms niet veel voor nodig.

Jaarlijks worden 1,4 miljoen kinderen en jongeren in het ziekenhuis behandeld. Zonder voorafgaande zorg of pijnbestrijding raken in paniek en dat kan, zo blijkt uit internationaal onderzoek, langdurige psychische gevolgen hebben en zelfs een trauma opleveren dat niet makkelijk verdwijnt. “Artsen zijn gefocust op genezing”, zegt kinderarts Piet Leroy, werkzaam op de kinder-ic van het Maastricht UMC, in een uitgebre3id artikel in de Volkskrant van 10 maart. “Ze willen kinderen graag beter maken, maar staan er niet zo bij stil dat de weg daarnaartoe ook belangrijk is.”

Doodsbang

In Maastricht helpt het team van Leroy jaarlijks zo’n negenhonderd patiëntjes uit het hele ziekenhuis. “Het is indrukwekkend wat wij aan angsten tegenkomen”, zegt Leroy. Kinderen met diabetes die doodsbang zijn voor naalden en zichzelf toch elke dag moeten prikken. Kinderen die ooit op de spoedeisende eerste hulp zijn geweest en sindsdien panisch zijn. Kleine kinderen bij wie een keer een blaaskatheter is ingebracht en die daarna niet eens meer willen dat hun luier wordt verschoond. “Hoeveel kinderen we hier niet zien die al beginnen te huilen als we alleen maar hun beentjes spreiden.” Kinderen zijn pijn gaan associëren met goede zorg, merkt hij, en zo wordt elk nieuw ziekenhuisbezoek akeliger.

Angst en pijn wegnemen

Leroy kaartte het onderwerp aan bij de raad van bestuur van zijn ziekenhuis en kreeg tijd en geld voor een bijzondere aanpak. Michèle Vranken en Fritzi Russ, twee ervaren verpleegkundigen op de kinder-ic, werden opgeleid tot verpleegkundig specialisten kindersedatie. Samen met hen zocht hij uit hoe hij angst en pijn bij de kinderen in zijn ziekenhuis kon wegnemen. Richtlijnen hadden ze niet, hun oplossingen kwamen vooral voort uit de praktijk, uit wat de kinderen en hun ouders vertelden. Inspiratie vonden ze in internationaal onderzoek en bij een enkel buitenlands rolmodel. Zoals de Amerikaanse kinderarts Baruch Krauss, meester in de omgang met angstige kinderen, die ze vorig jaar in Boston opzochten. Krauss publiceerde twee jaar geleden in het New England Journal of Medicine een overzichtsartikel waaraan hij een fascinerende video toevoegde, die laat zien hoe hij in een paar minuten tijd bij angstige, afwerende kinderen vertrouwen oproept. Gewoon door hun nieuwsgierigheid te wekken, ze af te leiden, en dóór te babbelen terwijl hij ze onderzoekt of behandelt.

Vijf P’s

Het team uit Maastricht bedacht een plan met vijf P’s, van preventie, positie, psychologie, pijn en pharmacologie. Al snel volgde aansluiting bij kinderartsen uit het Amsterdamse OLVG, die op de spoedeisende eerste hulp met hetzelfde onderwerp bezig waren. Samen richtten ze een stichting op en nu geven ze elke maand een dag les aan collega’s uit het hele land. Eind dit jaar organiseren ze in Maastricht het eerste Europese congres, waar ook Krauss komt spreken.

Slaapmedicijnen vormen het zwaarste middel dat de teams in Maastricht en Amsterdam tot hun beschikking hebben, een middel dat sporadisch wordt ingezet. Soms volstaat afleiding, af en toe wordt hypnose toegepast. En er is verdovingszalf, die alleen pas na een uur effectief is. Als een bloedonderzoek haast heeft, voegt de zalf niets toe, erkent Leroy, maar op zijn afdeling worden kinderen pas geprikt als de zalf werkt. “Dan moet je de zorg dus anders plannen: het prikken begint als het kind er klaar voor is, niet als het de arts uitkomt.”

Inrichting

De inzet van de kinderartsen in Maastricht en Amsterdam gaat zelfs zo ver dat er ruimtes in het ziekenhuis voor zijn verbouwd.  Het Maastricht UMC vroeg de TU Eindhoven om mee te denken over de inrichting van een behandelkamer voor kinderen, op de polikliniek. Zo ontstond een ruimte waar geen enkel eng instrument zichtbaar is, met een bank voor de ouders, een lamp die kan worden gedimd en gekleurde vissen op het raam. Het OLVG opende een half jaar geleden de eerste spoedeisende hulp speciaal voor kinderen.

Kosteneffectief

SEO Economisch Onderzoek becijferde drie jaar geleden dat het kalmeren van kinderen bij kleine, pijnlijke verrichtingen kosteneffectief is. De reden ligt voor de hand: bij een rustig kind verloopt de ingreep sneller. Het inbrengen van een infuus bijvoorbeeld duurt volgens het rapport zonder kalmering tien minuten en met kalmering slechts een minuut. Als kinderen bij het plaatsen van een infuus of bij kleine ingrepen op de spoedeisende eerste hulp worden verdoofd, zou dat jaarlijks een half miljoen euro opleveren.

Maar dan moeten ziekenhuizen wel bereid zijn om te investeren in extra opleiding (kosten: 3 euro per kind, volgens SEO) en de aanschaf van lachgasapparatuur (11 euro per behandeling). “Het is een nieuw vak, de invoering heeft tijd nodig”, zegt Leroy. Struikelblok is dat een landelijke financiering nog ontbreekt: voor het werk dat hij doet bestaat nog geen DBC, de betaalcode die nodig is om een behandeling vergoed te krijgen. Zijn Amsterdamse collega Sükrü Genco ziet dat de bureaucratie ziekenhuizen nogal eens weerhoudt van invoering. Er zijn zoveel partijen die willen meebeslissen, zegt hij, van de raad van bestuur tot de anesthesiologen, de technici en de apotheek. “En dan moet er ook nog geld voor komen.”

Lees het hele artikel op volkskrant.nl >

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here