Kijk niet weg bij vermoeden van kindermishandeling

0
961

Er worden ieder jaar weer vele duizenden jonge kinderen slachtoffer van kindermishandeling. “Wanneer er een vermoeden is, kijk dan niet weg”, beklemtoont prof. dr. Lenneke Alink. “Kindermishandeling gebeurt meestal door de ouders, de belangrijkste gehechtheidsfiguren van kinderen. Dit geeft allerlei risico’s voor de ontwikkeling, nu en later.”

De omvang van kindermishandeling is nog steeds gigantisch. Het is dan ook van belang om vroegsignalering meer handen en voeten te geven, vindt Lenneke Alink. “Als je vermoedens hebt, volg dan de meldcode en durf te handelen. Begin met het in kaart brengen van signalen en overleg met collega’s.”

Onveilige hechting dreigt

Alink waarschuwt voor angst om in te grijpen. “Handelen bij een vermoeden betekent niet dat er direct een melding wordt gedaan of het kind uit huis wordt geplaatst. Het is belangrijk om zorgen in ieder geval bespreekbaar te maken met de ouders. Vraag bijvoorbeeld bij een vermoeden of het wel goed gaat thuis. Investeer in de relatie met ouders, zodat ze hulp durven te vragen. Maar kijk bij een vermoeden niet weg.”

In dit verband wijst ze erop dat mishandeling kan leiden tot een onveilige gehechtheidsrelatie, met – nu en later – allerlei risico’s voor de ontwikkeling. “Gehechtheid is een aangeboren gedragssysteem dat in werking treedt als er sprake is van angst, spanning of verdriet bij het kind. Op die momenten zal een kind toenadering zoeken tot een gehechtheidsfiguur.”

Paradox

Wanneer juist die vertrouwde ouder het kind niet steunt of juist afwijst, is de kans groot dat het kind een onveilige gehechtheid ontwikkelt. “Of nog problematischer, een gedesorganiseerde gehechtheidsrelatie. Biologisch gezien zoekt het jonge kind juist op momenten van spanning, angst of verdriet toenadering tot de ouders. Sommige mishandelde kinderen ervaren op hetzelfde moment angst voor dezelfde vader, moeder of beiden vanwege de mishandeling of verwaarlozing. Die paradox binnen een kind is de basis van een gedesorganiseerde gehechtheidsrelatie. Dat levert extra stress op en het kind leert dan niet deze stress goed te reguleren met behulp van de ouder. Dat kan voor allerlei problemen later in het leven zorgen.”

Onveilige of gedesorganiseerde gehechtheid kan er zelfs voor zorgen dat de mishandeling zich gaat herhalen. “Ouders die als kind zijn mishandeld, doen dat soms ook naar hun kinderen. Dat risico is overigens niet zo groot als soms wel wordt gedacht, maar het komt wel zo vaak voor dat het belangrijk is om hier als hulpverlener kennis over te hebben. Dit aspect verdient dan ook echt aandacht. Gelukkig gaat het ondanks een belaste jeugd vaak ook goed.”

Daar komt bij dat gehechtheid niet alles bepalend is. “Je kunt dus niet zeggen ‘dit kind is onveilig gehecht dus het zal ontwikkelingsproblemen ervaren’. Het is ook niet iets dat je zomaar kunt vaststellen, daar is echt expertise voor nodig. Maar gehechtheid biedt wel aanknopingspunten voor preventie als er problemen zijn in de ouder-kindrelatie.

Aangrijpingspunten

Onderzoek wijst uit dat de manier waarop de ouder-kindrelatie zich ontwikkelt een belangrijke indicator kan zijn. Dit biedt volgens Alink aangrijpingspunten voor hulpverleners. “Let er bijvoorbeeld op of een vader of moeder de signalen van een kind kan oppakken. Neem de manier waarop een ouder reageert op het gedrag van een jong kind. Als daar problemen mee zijn, dan kun je denken aan hele vroege preventie om daadwerkelijke kindermishandeling voor te zijn.”

Prof. dr. Lenneke Alink: “Kijk bij een vermoeden niet weg”

Kansen voor vroegsignalering liggen met name bij het aansluiten op het werk van professionals die jonge kinderen regelmatig zien. “Dan denk je automatisch aan JGZ-instellingen. Zij hebben vaak goed zicht op kinderen en ouders. JGZ-medewerkers hebben veel kennis over een kind en volgens mij kan die beter benut worden.” Ook binnen de kinderopvang kan in haar ogen meer op het gebied van signaleren worden gedaan. “Ondersteun professionals die werken met jonge kinderen bijvoorbeeld in het aangaan van gesprekken over dit onderwerp, met ouders, kinderen en collega’s. Kennis- en vaardigheidontwikkeling is daarbij heel nuttig.”

Volgens Alink ligt hier ook een rol voor de opleidingen. “Met name in beeld krijgen welke kinderen en ouders tot een risicogroep behoren verdient aandacht. Goed leren kijken naar de ouder-kindrelatie zou in de opleidingen een grotere rol kunnen krijgen. Dat biedt ook ingangen om op een betere manier het gesprek aan te gaan over problemen die er misschien spelen.”

Interventies

Er zijn ook verschillende preventieve interventies. Niet per se om kindermishandeling te voorkomen, dat is een stap te ver. “We weten nog veel te weinig over hoe we dat goed kunnen doen. De interventies gaan bijvoorbeeld over het verbeteren van de sensitiviteit bij ouders. Dit kan zorgen voor het versterken van een veilige hechting. Er zijn verschillende mooie, kortdurende programma’s om de ouder-kindrelatie in positieve zin om te buigen. Je kunt je voorstellen dat dit kan helpen om kindermishandeling te voorkomen, maar in hoeverre dit het geval is weten we dus nog niet.”

13-03-2019: Congres Vroegsignalering en Vroeghulp
Op 13 maart vindt in Eindhoven de eerste lustrumeditie van het Congres Vroegsignalering en Vroeghulp plaats. Lenneke Alink, Hoogleraar Forensische Gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden, zal dan in een lezing dieper ingaan op dit onderwerp. Op het congres komen tal van andere aspecten rond de zorg en ontwikkeling van het jonge kind aan bod. Het congres vindt plaats op initiatief van Vakblad Vroeg en Euregionaal Congresburo.

Op de website van Euregionaal Congresburo staat alle informatie: klik hier  

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here