Hoofdrol voor kinderopvang in signaleren trauma’s bij peuters en kleuters

1
560
spelende kinderen

Lange tijd was het idee dat jonge kinderen minder snel last hebben van een trauma’s. “Ten onrechte”, aldus Leony Coppens. “Inmiddels weten we dat de jonge leeftijd hen daar juist kwetsbaarder voor maakt.” Voor de kinderopvang ziet Coppens een belangrijke rol weggelegd in het onder de aandacht brengen van eventuele traumaproblemen.

Hoe jonge kinderen reageren op trauma’s kan erg uiteenlopen. “Juist dát maakt vroegsignalering lastig”, geeft Leony Coppens aan. “De kenmerken die mogelijk wijzen op ADHD of autisme zijn inmiddels wel min of meer bekend. Voor trauma ligt dit helaas anders, vooral omdat het op zoveel verschillende manieren tot uiting kan komen.”

Mogelijke signalen

Gelukkig zijn er wel een aantal kenmerkende signalen die kunnen wijzen op een traumatische ervaring. “Wees daar attent op”, adviseert Coppens. “Vooral binnen de kinderopvang, want de medewerkers zien de kinderen meerdere malen per week en dat helpt bij het signaleren van veranderend gedrag.  Zo kan een kind minder plezier hebben in dingen die het eerder wel fijn vond om te doen. Of een kind herhaalt in zijn spel voortdurend de traumatische ervaring, zoals een botsing of geweld tussen mensen. Ook het samenspelen met andere kinderen kan minder soepel gaan. Verder zie je vaak dat kinderen niet makkelijk gaan slapen. Ze zijn bijvoorbeeld extra bang in het donker of angstig om alleen gelaten te worden. Heb daarvoor een luisterend oor als ouders hierover vertellen. En andersom. Als begeleiders op de kinderopvang iets opvalt in het gedrag, dan is het goed om dit te bepreken met de ouders van het kind.”

Gericht kijken

Overigens is het juist bij jonge kinderen van belang niet te snel conclusies te trekken. “Veranderingen in het gedrag kunnen te maken hebben met een traumatische ervaring, maar dat hoeft niet. Ook is niet altijd één op één een relatie te leggen met iets wat opvalt en wat er aan de hand kan zijn. Een peuter of kleuter die bij geweld betrokken is geweest, kan bijvoorbeeld heel goed angstige dromen over spoken of monsters krijgen. Dit betekent voor pedagogisch medewerkers dat ze echt heel gericht moeten kijken. Wat helpt is dat je een beetje weet wat het kind meemaakt of heeft meegemaakt en hoe de gezinssituatie is. Want dan kun je soms opeens de koppeling leggen. Zeker als kinderen al langer in een groep zitten en de pedagogisch medewerkers zien een omslag in het gedrag.”

Leony Coppens: “We moeten af van het idee dat een baby, peuter of kleuter niets van geweld in het gezin meekrijgt”

Ouders

Bij een eerste vermoeden van een trauma adviseert Coppens eerst eens met ouders te overleggen. “Stel je hierin open op door te vragen of er misschien iets is gebeurd dat het afwijkende gedrag kan verklaren. Trek in ieder geval niet te snel conclusies. Van belang is om zowel met elkaar als met ouders het gesprek aan te gaan over dingen die opvallen.”

Helaas komt het vaak voor dat een vorm van kindermishandeling ten grondslag ligt aan traumatisch gedrag. “Een dergelijk vermoeden vereist nog meer zorgvuldigheid. Tegelijkertijd is juist op dit vlak de onmacht van de pedagogische medewerkers vaak het grootst. Daardoor kan het makkelijker zijn om de andere kant op te kijken. Daarom is het zo belangrijk dat de meldcode ook in de kinderopvang goed geïmplementeerd en gebruikt wordt.”

Nog te klein gelukkig…

Op 24 mei geeft Coppens tijdens het congres Passende Kinderopvang een deelsessie over dit onderwerp met als titel ‘Die is gelukkig nog te klein om er last van te hebben.’ Gezien de ernst van het onderwerp komt de term ‘gelukkig’ mogelijk wat vreemd over, maar de term is wel zeer bewust gekozen. “Men denkt namelijk vaak zo. Vooral ouders, maar soms ook huisartsen, zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat een kind niets van geweld tussen in het gezin meekrijgt. Daar moeten we met zijn allen van af. Kinderen kunnen al vanaf heel jong, zelfs al in de baarmoeder, dingen onthouden. En het lastige is, jonge kinderen kunnen het niet uitspreken. Maar het brein heeft wel opgeslagen wat gevaarlijke situaties zijn. Komen kinderen dan een ‘gevaarsignaal’ tegen, dan geeft het brein aan dat het foute boel is. Dat kan dus heel goed te maken hebben met dingen uit het verleden.”

Coppens benadrukt nogmaals de wezenlijke rol die de kinderopvang heeft in het signaleren en onder de aandacht brengen van eventuele traumagerelateerde problemen. “In mijn workshop ga ik daar expliciet op in. Dat doe ik onder meer aan de hand van praktijkvoorbeelden uit de kinderopvang. Juist daaraan kunnen pedagogische medewerkers immers handvatten aan ontlenen.”

Alle informatie over programma Congres Passende Kinderopvang op 24-05-2018 >>

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

1 REACTIE

  1. Ik denk dat medewerkers en pedagogen op dagbehandelingen goed getraind moeten worden in het kunnen herkennen van signalen van een kind. Helemaal wanneer ze nog zo klein zijn. Wanneer er opmerkelijk gedrag wordt gesignaleerd op jonge leeftijd, kan er zo vroeg mogelijk behandeld worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here