Genen spelen hoofdrol bij ontwikkelen pestgedrag én bij gepest worden

0
215

Erfelijkheid speelt een grote rol bij pesten, nog groter dan de rol van de school en thuissituatie. Ditzelfde geldt voor het gedrag van pestkoppen. Sommige kinderen worden gepest én pesten zelf: ook dat heeft een genetische basis. Voor circa tweederde is genetisch bepaald of je zelf pest, gepest wordt of zelf pest én gepest wordt. 

Het blijkt uit het eerste onderzoek, verricht door het Nederlands Tweelingenregister van de Vrije Universiteit Amsterdam, naar het ontrafelen van de oorzaken van verschillen tussen kinderen in pestgedrag en ook naar de samenhang tussen pesten en gepest worden. De studie is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Behavior Genetics.

De onderzoekers vroegen aan basisschoolleerkrachten van ruim 8.000 tweelingkinderen of ze de afgelopen maanden gepest waren of hadden gepest. Daaruit bleek dat een op de drie kinderen daarmee te maken heeft gehad: een op de vier pest, een op de vier wordt gepest, en een op de zeven is zowel dader als slachtoffer.

Eeneiige en twee-eiige tweelingen

Eeneiige tweelingen hebben hetzelfde genetische materiaal en twee-eiige tweelingen delen gemiddeld 50%. De onderzoekers zagen dat eeneiige tweelingen meer op elkaar leken in hun betrokkenheid bij pesten dan twee-eiige tweelingen, wat komt door de invloed van genen. Verschillen tussen kinderen in pesten of gepest worden zijn voor tweederde toe te schrijven aan genetische verschillen. Een kind waarvan een van de ouders, broers of zussen zijn gepest loopt zelf een verhoogd risico om gepest te worden. Het kind deelt immers de helft van zijn genen met ieder van hen.

Mensen die met kinderen werken kunnen vaak redelijk goed de kinderen eruit pikken die een risico lopen gepest te worden, bijvoorbeeld een onzeker kind met overgewicht en bril. Uit eerder tweelingonderzoek blijft dat deze eigenschappen ook erfelijk zijn, dus het genetisch verhoogde risico voor pesterijen loopt gedeeltelijk via andere eigenschappen.

Ook bleek dat tweelingkinderen niet meer of minder betrokken zijn bij pesten dan niet-tweelingen. Opvallend was nog dat voor meisje-meisje paren geldt dat ze iets minder gepest worden als ze in dezelfde klas in plaats van verschillende klassen zaten.

Niet bij neerleggen

“De conclusie dat betrokkenheid bij pesten voor het merendeel door genen beïnvloed wordt, betekent niet dat er niets aan valt te doen”, zegt Sabine Veldkamp, die 18 september op dit onderzoek promoveert. “Het is dus niet zo we kunnen zeggen ‘ach, het zit nou eenmaal in hun genen’. Anderzijds is het ook niet zo dat kinderen met een genetisch verhoogd risico om gepest te worden zich er maar bij neer moeten leggen”, aldus Veldkamp. Sommige scholen halen standaard tweelingparen uit elkaar, maar die beslissing over samen of apart kan het beste gemaakt worden in overleg met de ouders.

Genetic and Environmental Influences on Different Forms of Bullying Perpetration, Bullying Victimization, and Their Co-occurrence >

Bron: tweelingenregister.vu.nl

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here