Geen gelijke ontwikkelingskansen voor kinderen tot 2,5 jaar

1
711
kruipende peuter

Tot 2,5 jaar gaan alleen kinderen van ouders die beiden werken naar de kinderopvang. Dit betekent dat kinderen van niet-werkende ouders, juist in de fase dat de breinontwikkeling zich in een groeispurt bevindt, minder ondersteuning krijgen. Gevolg is dat veel kwetsbare ouders en kinderen niet de noodzakelijk hulp krijgen voor een goede start.

Dit bericht is een samenvatting van een blog van Maria Jongsma. Bent u het met haar eens? Mail dan naar m.jongsma@vyvoj.nl om de krachten te bundelen en een vuist te kunnen maken.

Onze hersenen en de verbindingen daarbinnen vormen zich in de eerste twee jaar, waarmee de basis wordt gelegd voor onze gezondheid en ons welzijn op latere leeftijd. Vanuit dit wetenschappelijke inzicht in de breinontwikkeling is er terecht veel aandacht voor verhoging van de kwaliteit van de babyopvang. Zo heeft de overheid aanvullende kwaliteitseisen gesteld. Dit overheidsbeleid is succesvol: pedagogisch medewerkers scholen zich massaal bij over de babyopvang.

Doorgaande lijn in ontwikkeling

Vanaf 2,5 jaar is er, naast kinderopvang, ook de peuteropvang of de voorschool. Maar tot 2,5 jaar gaan alleen kinderen van ouders die beiden werken naar de kinderopvang. Zorgelijk, te meer daar de verschillen in gezondheid van baby’s bij de geboorte tussen gemeenten en wijken soms erg groot zijn. Stress tijdens de zwangerschap en de eerste kinderjaren, bijvoorbeeld door psychosociale problemen binnen een gezin, huisvesting, armoede en schulden, spelen daarbij een belangrijke rol. Lang niet alle kwetsbare ouders en kinderen krijgen op dit moment de hulp die ze nodig hebben voor een goede start. Het actieprogramma Kansrijke Start wil hier verandering in brengen. De bedoeling is dat overal in het land lokale coalities ontstaan rondom de eerste 1000 dagen ontstaan. Opvallend is dat daar alle zorgpartijen bij betrokken zijn, terwijl de kinderopvang nauwelijks als partner wordt genoemd.

Kansrijke start voor iedereen

Er liggen dus nog forse uitdagingen om de kansen van kinderen van 0 tot 2,5 jaar écht te vergroten. Enerzijds zien we dat kinderen van ouders die niet beiden werken, niet naar kinderopvang gaan. Voor deze kinderen jonger dan 2,5 is er ook geen voorschool. Terwijl het hier relatief vaak om kwetsbare en minder kansrijke kinderen gaat. Juist hoogopgeleide en kansrijke ouders werken immers vaak beiden. Anderzijds zien we dat aanbod voor kwetsbare kinderen onder de 2,5 jaar vaak gericht is op zorg, terwijl zij juist ook behoefte hebben aan ‘normale’ aandacht, zonder een zorgetiket te krijgen. Kinderopvang voor kinderen tot 2,5 jaar moet dan ook toegankelijk zijn voor álle kinderen, of hun ouders nu werken of niet. Pas dan bieden we gelijke kansen aan alle kinderen.

Blog Maria Jongsma

Dit bericht is een samenvatting van een blog van Maria Jongsma. Bent u het met haar eens? Mail dan naar m.jongsma@vyvoj.nl om de krachten te bundelen en een vuist te kunnen maken.

 

 

 

 

 

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

1 REACTIE

  1. 1) als wij als maatschappij de opvoeding en ondersteuning van (jonge) peuters belangrijk vinden moeten we niet alle kosten bij de ouders neerleggen, maar de kinderopvang gratis maken of zelfs een leerplicht vanaf 2-3 jaar instellen. Het financieel erkennen en het begeleiden van ouderschap zou ook helpen.
    2) Ik zou heel graag in mijn werkgebied als jeugdarts kinderopvang zien voor kansarme kinderen. Maar die is er niet, omdat de bijbehorende ouders a) dat niet kunnen betalen, en b) doorgaans onregelmatig werken in ploegendienst, in oproepcontracten, als (gedwongen) zzp’er. D’66 en VVD: bedankt voor de flexibilisering van de arbeidsmarkt !

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here