Eerste twaalf genetische ADHD-variaties gevonden

0
744

Het risico op ADHD is voor 75 procent erfelijk. Een internationaal onderzoeksteam heeft nu voor het eerst twaalf genetische variaties gevonden die het risico op de aandoening verhogen. Dit resultaat is een belangrijke stap in het begrijpen van de biologie van de aandoening. Op deze conclusie is ook kritiek gekomen.

Onderzoekers van het Psychiatric Genomics Consortium hebben de erfelijke variaties vergeleken in het complete DNA van 20.000 mensen met en 35.000 mensen zonder ADHD. Hieruit kwamen variaties op twaalf locaties van het DNA naar voren die een verhoogd risico geven op het krijgen van ADHD. “Met name voor ADHD is dergelijke voortgang belangrijk”, zegt Radboudumc-hoogleraar Barbara Franke, “omdat er nog steeds mensen zijn die ADHD niet als een echte aandoening beschouwen. Het is dus van belang dat een genetische oorzaak en biologische mechanismen achter ADHD duidelijker worden.”

Nieuw inzicht

De nieuwe genetische ontdekking biedt nieuw inzicht in de biologie achter het ontstaan van ADHD. Enkele van de gevonden genen hebben bijvoorbeeld een functie in de communicatie tussen hersencellen, terwijl andere genen belangrijk zijn voor cognitieve functies zoals leren. Ook het FOXP2-gen liet een duidelijk verband met ADHD zien. Barbara Franke: “Een verrassende bevinding. Dit gen is betrokken bij de motoriek van de mond en tong en we weten dat ADHD en spraak-taalstoornissen regelmatig samen optreden, maar er is meer onderzoek nodig om die link goed te begrijpen.”

Zoektocht

Naar schatting zijn er duizenden genen betrokken bij het ontstaan van ADHD. “Wat nu gevonden is, is dus nog maar het topje van de ijsberg. Toch is deze studie enorm belangrijk voor het veld, want nu kan de zoektocht naar de biologische mechanismen achter ADHD pas echt beginnen,“ zegt Franke. “Daarnaast helpt deze studie ons om onze modellen voor de genetische bijdrage aan ADHD te toetsen. Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat de genetische bijdrage aan ADHD hetzelfde is als die aan gedragskenmerken als aandacht en activiteit. Hoe meer van zulke genvariaties iemand heeft, des te hoger het risico om ADHD te ontwikkelen.”

“Dit onderzoek legt een belangrijk fundament voor verder onderzoek naar ADHD,” zegt Franke. “Omdat belangrijke risicogenen gevonden zijn, is verder onderzoek naar het ontstaan van de aandoening mogelijk. Aangezien het effect van de gevonden genvariaties relatief klein is, zijn deze nog niet toepasbaar voor het opzetten van een diagnostische test.”

Reactie: Nog geen bewijs voor erfelijkheid adhd
In een reactie maken Druk&Dwars-medewerkers Sanne te Meerman en Laura Batstra gehakt van de conclusie dat  de eerste genen voor ADHD zijn gevonden. Zij vrezen dat de door de Radboud Universiteit verspreide generaliserende en stigmatiserende boodschap dat ADHD een erfelijke hersenaandoening is, de klinische praktijk en gediagnosticeerde kinderen en volwassenen vaak juist niet zal helpen. Lees verder >

Vanuit het ADHD-netwerk is positief op de bevindingen gereageerd. Lees verder >

 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here