Beroep van babyluisteraar wint snel terrein

0
1115
huilbaby

Veel ouders kampen met baby’s die vaak huilen, worstelen met eten of slecht slapen. Uitgeputte ouders kunnen dan een beroep doen op een maternity practitioner om ze een helpende hand te bieden. “Ik ben geen babyfluisteraar, maar een babyluisteraar”, vertelt Wiebke Mechau (51) in een interview met het AD. “Ik help ouders de signalen van hun kind goed opvangen.”

Het beroep van maternity practitioner is zo nieuw, dat er geen Nederlandse benaming voor is. “Het wordt weleens vertaald als oppas of zelfs au pair, maar dat is allemaal niet juist. Een maternity practitioner is meer dan dat”, zegt Wiebke Mechau. Zij volgde de officiële opleiding voor het beroep in Engeland. “Daar is het al lang een ingeburgerd beroep.”

Meedraaien in gezin

De maternity practitioner vervult  volgens haar een belangrijke behoefte. “Ouders leven vooral toe naar de bevalling en krijgen daar via de kraamzorg ook hulp bij, maar daarna is er eigenlijk niets.’’ Als maternity practitioner draait zij mee in het gezin, als het nodig is dag en nacht.

Ouders moeten het na de bevalling zelf opknappen. Geen geringe klus, zeker als de moeder een zware bevalling heeft gehad of er een tweeling is geboren. Daar biedt de maternity practitioner een helpende hand. “Ik kom bij mensen thuis, verzorg de baby en geef advies als er problemen zijn, bijvoorbeeld bij het slapen of het geven van borstvoeding”,  zegt ze. “Natuurlijk zijn er ook experts op die gebieden die je in kan huren, maar die komen meestal maar een paar uurtjes langs en dan zijn ze weer weg.”

Babyluisteraar

Meestal komt zij rond een uur of 9 ’s avonds om de nachtelijke zorg van de ouders over te nemen. ‘s Morgens is ze niet gelijk weg. “De ouders moeten rustig wakker kunnen worden. Ik regel de eerste voeding en kleed het kind aan zodat zij ook nog even kunnen douchen.” In de tijd dat Mechau er is, kan ze een goed beeld krijgen van wat de kleine dwarszit. “Ik help ouders de signalen van hun kind goed opvangen. Vaak zijn het kleine dingetjes waar ze last van hebben. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het te licht is de babykamer.”

Dat haar diensten ook in Nederland steeds gewilder worden, is volgens Mechau niet zo gek. “Ouders zoeken geruststelling. Ze zijn snel bang dat ze het fout doen. We leven ook in een andere tijd. Vroeger kregen mensen over het algemeen jonger kinderen. De grootmoeder sprong bij om te helpen in de eerste maanden na de zwangerschap. Zeker bij een eerste kind kan dat ouders veel steun geven.” Tegenwoordig krijgen mensen later kinderen en wordt er vaak gedaan alsof voor een kind zorgen iets vanzelfsprekends is. “Als er dan iets mis is, durven ze er niet over te praten of hulp te zoeken. Maar als je maar door blijft gaan, loop je het risico als ouder in een burn-out te belanden. Daar is de baby ook niet bij gebaat.”

Kennis delen

In de toekomst wil Mechau zich meer richten op lesgeven. “Ik vind het belangrijk mijn kennis te delen. In Duitsland geef ik nu ook cursussen voor nanny’s over de zorg voor baby’s. Maar zo lang ik ouders en kinderen nog thuis kan helpen, zal ik dat ook blijven doen. Dat mensen je toelaten in hun huis en gezin, zeker als ze het moeilijk hebben, is heel bijzonder. Je krijgt zo’n intieme kijk in hun levens. Al die momenten met hen meemaken, blijft mooi.”

Bron: ad.nl   

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here