Alarmsignalen bij afwijkende motorische ontwikkeling

1
9899
buikschuivende baby

Persisterende vuistjes, weinig variatie in het bewegingspatroon, een te lage spierspanning: allemaal zaken die kunnen duiden op een afwijkende motorische ontwikkeling. Zo zijn er nog veel meer signalen om aan de bel te trekken.

Kinderen maken na hun geboorte in hoog tempo stappen in hun motorische ontwikkeling. Ieder kind doet dat in zijn of haar eigen tempo. Zo loopt het ene kind al voor z’n eerste verjaardag zelfstandig rond, terwijl het andere dit pas doet na achttien maanden. Deze variatie – beide vallen in het normale – maakt het signaleren van een afwijkende ontwikkeling niet eenvoudig. Toch is dit belangrijk. Immers, hoe eerder een afwijkende motorische ontwikkeling is opgespoord, hoe eerder een stimulerende interventie mogelijk is. Gelukkig kunnen tal van signalen leiden tot vroegtijdige herkenning en dus behandeling.

Te lage spierspanning
Bij hypotonie, het medische woord voor een te lage spierspanning, is er weinig weerstand voelbaar wanneer de spier passief wordt bewogen. Een zuigeling met hypotonie, ook wel een floppy infant genoemd, ligt meestal in een zogenaamde kikkerhouding. Kenmerkend is onder andere dat bij de tractietest het hoofd blijft hangen en de armen als een soort shawl rondom de nek geslagen kunnen worden, waarbij de elleboog voorbij de kinpunt komt. Ook laten deze zuigelingen hun schouders zakken wanneer ze onder de oksels worden opgetild.

Hypotonie gaat vaak samen met hyperlaxiteit oftewel hypermobiliteit, maar omgekeerd geldt niet dat hyperlaxiteit altijd samengaat met hypotonie. Bij hyperlaxiteit kennen de gewrichten een meer dan normale bewegingsuitslag: de ellebogen of de knieën kunnen bijvoorbeeld meer dan tien graden overstrekt worden. Hyperlaxiteit gaat overigens niet altijd samen met hypotonie.

Hypotonie kan zowel wijzen op een probleem in het centraal zenuwstelsel als op een probleem in het perifere zenuwstelsel. Kinderen met een aandoening van het perifere zenuwstelsel hebben naast hypotonie ook last van spierzwakte. Dit valt bij jonge kinderen vooral op doordat de armen en benen niet van de onderlaag afgetild worden. Er worden geen zogenaamde anti-zwaartekracht bewegingen gemaakt. (…)

Gratis pdf
Dit zijn de eerste alinea’s van een artikel van de hand van Jolanda Schieving in het kwartaalmagazine van Vakblad Vroeg. Verder lezen? Open de (gratis) pdf van het artikel: Alarmsignalen bij afwijkende motorische ontwikkeling 

------
Abonneer u op onze gratis digitale nieuwsbrief en u ontvangt wekelijks een overzicht van relevante ontwikkelingen rond vroeghulp- en -signalering

1 REACTIE

  1. Dank voor dit interessante artikel. Bij haptonomische zwangerschapsbegeleiding zien wij de ouders en hun baby ca. zes weken na de geboorte terug. Naast de wijze van contact maken kijken wij ook naar de motoriek en de spiertonus. Goed om daar nu nog meer over te lezen. Dank!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here